200502566/1. Datum uitspraak: 28 december 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 04/1174 en AWB 05/47 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht van 28 januari 2005 in het geding tussen: appellant en het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht. 1. Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht (hierna: het college) bouwvergunning verleend aan de gemeente Dordrecht (hierna: vergunninghoudster) voor het plaatsen van een voetbalkooi op het perceel, kadastraal bekend gemeente Dordrecht, sectie Q, nummer 04495, plaatselijk bekend Zuilenburg-De Jagerweg te Dordrecht (hierna: het perceel). Bij besluit van 16 december 2004 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 januari 2005, verzonden op 11 februari 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 21 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 23 maart 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 19 april 2005. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 5 juli 2005 heeft het college van antwoord gediend. Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2005, waar appellant in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. van Hol, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het college heeft aan vergunninghoudster een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een voetbalkooi op een asfaltverharding. 2.2. Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet wordt onder gebouw verstaan elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Ingevolge artikel 44, aanhef en onder c, van de Woningwet mag slechts en moet de reguliere bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld. 2.2.1. Op het perceel rust volgens het vigerende bestemmingsplan "Sterrenburg III oost" (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming "Woongebied". Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften wordt onder bouwwerk verstaan elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Artikel 4, eerste lid, onder e, van de planvoorschriften bepaalt, voor zover hier van belang, dat de op de plankaart als "Woongebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woondoeleinden; b. maatschappelijke doeleinden, voorzover het betreft het op de plankaart als zodanig aangeduide gebied; c. gemengde doeleinden in de vorm van: - maatschappelijke doeleinden; - kantoordoeleinden; - bedrijven; - detailhandel, ter plaatse waar op de plankaart de aanduiding (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.