(3)JAR-FCL reeds ontheffing zou moeten worden verleend, omdat het door de wetgever aangenomen verhoogde risico niet zou zijn aangetoond. De ontheffingsmogelijkheid van artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart is de minister evenwel niet gegeven om de beslissing van de wetgever, dat degene bij wie paroxysmale EEG-afwijkingen zijn geconstateerd medisch niet geschikt is een burgerluchtvaartuig te bedienen, te redresseren. Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart aangevoerd. Gelet hierop heeft de Staatssecretaris appellant terecht geen ontheffing verleend van het voorgeschreven bezit van een geldige medische verklaring. Hoewel appellant kan worden toegegeven dat de aangevallen uitspraak in zoverre niet voldoende is gemotiveerd, ziet de Afdeling in dit betoog van appellant geen aanleiding die uitspraak te vernietigen. 2.
- Appellant heeft ter zitting gewezen op gevallen waarin medische verklaringen zijn verstrekt aan personen die evenmin aan de medische eisen voor klasse 1 voldoen. 2.5.
- De Staatssecretaris heeft ter zitting verklaard dat alleen als overgangsmaatregel medische verklaringen zijn afgegeven aan personen die niet langer aan de medische eisen voldeden door aanscherping van die eisen. Aan die medische verklaringen is echter steeds een beperking in de zin van artikel 15, vijfde lid, van de Wet luchtvaart verbonden, in die zin dat het slechts een nationaal vliegbrevet betreft. Aangezien deze overgangsmaatregel niet op appellant van toepassing is, is van vergelijkbare gevallen geen sprake. Voor zover appellant heeft bedoeld een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel, slaagt dit beroep derhalve niet. 2.
- Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, met aanvulling van de gronden waarop deze rust. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat. w.g. Vlasblom w.g. Visser Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2006 148.