200507931/1. Datum uitspraak: 26 juli 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Noordwijk, tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/4447 van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 augustus 2005 in het geding tussen: appellant en het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk. 1. Procesverloop Bij besluit van 6 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk (hierna: het college) het verzoek van appellant om de bouwactiviteiten van [partij] aan het pand [locatie] stil te leggen, afgewezen. Bij brief van 15 oktober 2004 heeft het college het daartegen door appellant ingediende bezwaarschrift ter behandeling als beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank). Bij uitspraak van 3 augustus 2005, verzonden op 4 augustus 2005, heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 8 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 12 september 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 7 november 2005. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 1 december 2005 heeft het college van antwoord gediend. Bij brief van eveneens 1 december 2005 heeft [partij], die in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen, een reactie ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 mei 2006, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. D. Gruijters, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. van der Steen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord [partij], vertegenwoordigd door H. van der Haar, architect. 2. Overwegingen 2.1. Blijkens het besluit van 6 september 2004 bestaan de bouwactiviteiten waarop het verzoek van appellant betrekking heeft uit het verplaatsen van een voordeur en het uitbreiden van een kelderverdieping. 2.2. Appellant komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het college het verzoek om de bouwwerkzaamheden stil te leggen terecht heeft afgewezen, omdat die werkzaamheden vergunningvrij zijn. 2.2.1. Ingevolge artikel 43, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet, is in afwijking van artikel 40, eerste lid, geen bouwvergunning vereist voor het bouwen dat bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als van beperkte betekenis, waarbij tevens voorschriften kunnen worden gegeven omtrent het gebruik van het bouwwerk of de standplaats. Ingevolge artikel 2, aanhef en onder a, van het Besluit bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (hierna: Bblb), wordt, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 4, als bouwen van beperkte betekenis als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel c, van de Woningwet, voor zover hier van belang, aangemerkt: het bouwen van een op de grond staande aan- of uitbouw van één bouwlaag aan een bestaande woning of een bestaand woongebouw, die strekt tot vergroting van het woongenot, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken: 1º gebouwd aan:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.