(4)" en is ingevolge artikel 9, lid 2, onder e, van de voorschriften tevens bestemd voor een groothandel in vloeibare en gasvormige producten (milieucategorie 4). Rond het bedrijf geldt volgens de plantoelichting een milieuzone vanwege veiligheidaspecten van 120 meter, die op de plankaart is aangegeven met een milieucirkel. In de plantoelichting staat voorts dat het bedrijf in de huidige situatie onaanvaardbare milieuhinder veroorzaakt en dat naar een definitieve oplossing wordt gezocht. Binnen de vermelde zone is volgens de plantoelichting het oprichten van milieugevoelige functies zoals woningen niet toegestaan. Bij de vaststelling van het plan heeft de gemeenteraad naar aanleiding van de zienswijze van appellanten overwogen dat binnen de milieucirkel van dit bedrijf geen nieuwe woningbouw is toegestaan en dat het vorige plan op het perceel van appellanten ook geen bedrijfswoning mogelijk maakte. Het oordeel van de Afdeling 2.
- Gezien de hiervoor weergegeven ligging van het perceel van appellanten binnen de milieuzone van de gashandel op het perceel Burg. de Grootstraat 22 heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een bedrijfswoning op het perceel van appellanten in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Niet is gebleken dat op grond van het voorgaande plan aan appellanten een bouwvergunning was verstrekt voor een bedrijfswoning. Ten tijde van de goedkeuring van het plan was nog geen beslissing genomen over de verplaatsing van de gashandel, zodat verweerder terecht is uitgegaan van de toen bestaande situatie. Hij heeft tevens de keuze van de gemeenteraad om geen wijzigingsbevoegdheid in het plan op te nemen in stand kunnen laten. De inmiddels gesloten overeenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van de gashandel over de verplaatsing van het bedrijf dateert van na het bestreden besluit en is derhalve in deze procedure niet aan de orde. De andere bedrijfswoningen die binnen de genoemde milieuzone liggen, zijn eerder gebouwd, toen er andere regelgeving van kracht was. Nu het niet gaat om gelijke gevallen, is er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De stelling dat het niet toestaan van een bedrijfswoning tot bedrijfseconomische problemen en tot financiële schade zal leiden, is niet onderbouwd. Verweerder heeft hieraan derhalve in redelijkheid geen doorslaggevend gewicht behoeven toe te kennen. Overigens heeft het gemeentebestuur ter zitting meegedeeld, dat na de verplaatsing van de gashandel die mogelijk aan het eind van 2006 kan worden gerealiseerd, de gehele situatie in het betrokken deel van het plangebied opnieuw beoordeeld zal worden. 2.6.
- Gelet op het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder in zoverre terecht goedkeuring heeft verleend aan het plan. Het beroep is in zoverre ongegrond. Perceel Hoekstraat 4b Standpunt Amako en anderen 2.
- Appellanten stellen in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden -B-" met de aanduiding "*" voor zover het betreft het perceel Hoekstraat 4b, waardoor ter plaatse een bedrijfswoning mogelijk wordt gemaakt. Niet is onderzocht of deze bedrijfswoning de bedrijfsactiviteiten van appellanten zal beperken. De enkele overweging van het gemeentebestuur dat de woning geen gevolgen heeft voor hun bedrijfsactiviteiten mist een deugdelijke grondslag en is in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Het bestreden besluit 2.
- Verweerder heeft geen reden gezien het omstreden plandeel in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft dit goedgekeurd. Hij merkt hierover op dat de bedrijfswoning op het perceel Hoekstraat 4b volgens het gemeentebestuur geen gevolgen heeft voor de bedrijfsactiviteiten van appellanten. Uit de bedenkingen van appellanten is ook niet gebleken welke belemmering de woning zou betekenen voor hun bedrijfsactiviteiten, zo stelt verweerder. Vaststelling van de feiten 2.
- Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens. 2.9.
- Het plan is, zoals hiervoor reeds overwogen, een actualisering van de verouderde plannen voor het plangebied en is bedoeld om met name de bestaande situatie vast te leggen. Het plandeel waartegen appellanten opkomen, ligt aan de zuidelijke rand van het plangebied in het deelgebied "Hoekstraat e.o." dat zowel woonbestemmingen als een cluster van bedrijfsbestemmingen kent. 2.9.
- Het perceel Hoekstraat 4b heeft de bestemming "Bedrijfsdoeleinden", met de aanduiding "*". Op grond van deze aanduiding in samenhang met artikel 9, lid 2, onder a, is op dit perceel maximaal één bedrijfswoning toegestaan. In antwoord op de zienswijze van appellanten heeft de gemeenteraad overwogen dat de bedrijfswoning op het perceel Hoekstraat 4b buiten de milieucirkel van het bedrijf Burg. de Grootstraat 22 komt te liggen. Het oordeel van de Afdeling 2.
- Uit de stukken noch uit het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat het bedrijf van appellanten problemen zal ondervinden van de bedrijfswoning op het perceel Hoekstraat 4b. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in het gebied rond het bedrijf van appellanten verschillende bedrijven en woningen liggen. Appellanten hebben hun vrees voor beperking van hun bedrijfsactiviteiten niet op enigerlei wijze onderbouwd. Derhalve bestond er geen aanleiding voor verweerder aan dit onderdeel van het plan goedkeuring te onthouden. Van strijd met het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel op dit punt is niet gebleken. 2.10.
- Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder in zoverre terecht goedkeuring heeft verleend aan het plan. Het beroep is in zoverre ongegrond. Perceel Burg. Hoefnagelstraat 14/14a Standpunt [appellante sub 2] 2.
- Appellante stelt in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de plandelen met de bestemming "Detailhandel -DH-" en "Woondoeleinden -W-" die zien op het perceel Hoefnagelstraat 14/14a. Zij wenst op het perceel meer uitbreidingmogelijkheden voor haar supermarkt door middel van een detailhandelsbestemming voor het gedeelte dat nu een woonbestemming heeft en het bestemmen van de bij het bedrijf behorende woning als bedrijfswoning. Verweerder is ten onrechte ervan uitgegaan dat zij een uitbreiding wenst tot 1000 m2 brutovloeroppervlak. Het gaat daarentegen om 1000 m2 verkoopvloeroppervlakte. Om dit te bereiken is een brutovloeroppervlak van circa 1400 m2 nodig. Voorts wenst zij dat een grotere bouwhoogte wordt toegestaan om enkele appartementen op de hoek van de Burg. Hoefnagelstraat en de Repellaan te kunnen bouwen. Dat de gemeente voor alle drie de supermarkten binnen het plangebied geen uitbreiding mogelijk maakt, is in strijd met de EU-bepalingen inzake vrije marktwerking, aldus appellante. Het bestreden besluit 2.
- Verweerder heeft geen reden gezien de omstreden plandelen in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft deze goedgekeurd. Hij heeft hiertoe overwogen dat het plan enige uitbreiding van de bestaande supermarkt mogelijk maakt en dat de maximale oppervlakte volgens het plan slechts in geringe mate verschilt van de door appellante gewenste oppervlakte. Vaststelling van de feiten 2.
- Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens. 2.13.
- De supermarkt van appellante ligt in een woongebied nabij het centrumgebied van Schaijk aan de Burg. Hoefnagelstraat
- Het bedrijfspand met daarbij een parkeerterrein ligt achter de woningen Burg. Hoefnagelstraat 12 en 14a en grenst direct aan de Repellaan. Het plandeel met de bestemming "Detailhandel -DH-" heeft deels de aanduiding "Supermarkt" welk deel tevens is aangeduid met "Bouwzone 2". Ingevolge artikel 10, lid 2, onder a, van de planvoorschriften is het deel met de genoemde aanduidingen specifiek bestemd voor een supermarkt. Op grond van artikel 10, lid 7, onder b en c, van de planvoorschriften, in samenhang met de aanduidingen op de plankaart, mag de bouwzone volledig worden bebouwd met gebouwen, niet zijnde een dienstwoning, tot een hoogte van 6 meter. Het overige deel van het bestemmingsvlak heeft de aanduiding "Bouwzone 1". Hier zijn ingevolge artikel 10, lid 6, onder a, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Op het plandeel met de bestemming "Woonbestemming -W-" mogen op grond van artikel 4 van de planvoorschriften en de aanduidingen op de plankaart vrijstaande woningen worden gebouwd met bijbehorende voorzieningen. De maximale bouwhoogte bedraagt 8 meter en de maximale goothoogte 6 meter. 2.13.
- Uit de plantoelichting volgt dat de gemeente streeft naar concentratie van detailhandel in het centrumgebied. Daarbuiten liggende winkels worden specifiek bestemd als "Detailhandel -DH-". Om tot een duidelijke concentratie van dergelijke voorzieningen te komen, worden de ontwikkelingsmogelijkheden van deze winkels beperkt. De gemeenteraad heeft in reactie op de zienswijze van appellante gesteld dat uitbreiding van de supermarkt niet wenselijk is, omdat het totale verkoopvloeroppervlak van de drie supermarkten meer dan voldoende is. Voor alle drie supermarkten geldt dat geen uitbreiding mogelijk is. De woning Burg. Hoefnagelstraat 14a dient een woonbestemming te houden, omdat het geen bedrijfswoning is. Een zogenoemd hoogteaccent op de hoek van de Burg. Hoefnagelstraat en de Repellaan in de vorm van de bouw van appartementen vindt de gemeenteraad niet wenselijk. 2.13.
- Verweerder is uitgegaan van de door appellante opgegeven oppervlakte van de huidige supermarkt, te weten 660 m
- Op grond van het plan kan de supermarkt worden vergroot tot 900 m
- Daarmee acht verweerder voldoende uitbreidingsmogelijkheid in het plan opgenomen om de continuïteit van de winkel te waarborgen. Het oordeel van de Afdeling 2.
- De bestemming die aan het perceel van appellante is toegekend, is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid om de detailhandel te concentreren in het centrumgebied van Schaijk. Ook de beperkte uitbreidingsmogelijkheid die in het plan aan de supermarkt is geboden, is in overeenstemming met dit beleid. Ten tijde van de vaststelling van het plan was er bovendien geen concreet bouwplan van appellante voor de uitbreiding zoals zij die wenst. Dat er strijd zou zijn met Europeesrechtelijke bepalingen inzake vrije marktwerking heeft appellante niet onderbouwd en de Afdeling ziet hiervoor ook geen grond. Er wordt in het plan voorts geen onderscheid gemaakt tussen de drie supermarkten ter plaatse. De woning Burg. Hoefnagelstraat 14a had in het voorgaande plan geen bestemming als bedrijfswoning. De noodzaak van een bedrijfswoning is door appellante voorts niet onderbouwd. Verweerder heeft derhalve het gemeentelijke beleid en de geboden beperkte uitbreidingsmogelijkheid niet onredelijk behoeven te achten. 2.14.
- Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellante heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder in zoverre terecht goedkeuring heeft verleend aan het plan. Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, Voorzitter, en dr. J.J.C. Voorhoeve en mr. J.G.C. Wiebenga, Leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Troost Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2006 234.