(2001), dat ten tijde van het besluit op bezwaar gold, waarin is bepaald dat bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit ten aanzien van zwevende deeltjes (PM10) bepaalde grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) in acht nemen, had het college een dergelijk onderzoek behoren te verrichten. Het besluit op bezwaar is derhalve in strijd met artikel 3:2 van de Awb genomen. 2.
- Het bij de rechtbank ingestelde beroep dient gegrond te worden verklaard en het besluit op het bezwaar dient, gelet op het vorenstaande, wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd. Het college dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. 2.
- Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep van appellanten gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 24 november 2005 in zaak no. 05/241; III. verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade van 16 november 2004, kenmerk 054.0000246; V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het hoger beroep en het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 56,34 (zegge: zesenvijftig euro en zesendertig cent); het dient door de gemeente Kerkrade te worden vergoed; VI. gelast dat de gemeente Kerkrade aan appellanten het door hen voor de behandeling van het hoger beroep en het beroep ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) betaalde griffierecht vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. D. Roemers, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat. w.g. Roemers w.g. Roelfsema Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2006 313-499.