200605912/1. Datum uitspraak: 14 februari 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellanten], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 9 februari 2006 heeft verweerder een door [vergunninghoudster] ingediende melding als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer geaccepteerd ten behoeve van haar inrichting voor onder meer het produceren, ontwikkelen en opslaan van reinigings- en desinfectiemiddelen op het perceel [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 26 juni 2006, verzonden op 29 juni 2006, heeft verweerder het door appellanten hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 9 augustus 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 september 2006. Bij brief van 20 oktober 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Voor afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [vergunninghoudster]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2007, waar appellanten, van wie [gemachtigden] in persoon en bijgestaan door ing. M.H. Middelkamp, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. drs. C. de Swieb en J. Koerts, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en O. Elkhaloufi, als partij gehoord. 2. Overwegingen 2.1. [vergunninghoudster] stelt dat verweerder het bezwaar van appellanten niet-ontvankelijk had moeten verklaren, aangezien het bezwaarschrift te laat is ingediend. 2.1.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 2.1.2. Het bestreden besluit is op 10 februari 2006 verzonden. Gelet hierop liep de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tot en met 24 maart 2006. Appellanten hebben hun bezwaarschrift bij brief van 29 maart 2006 ingediend. Het bezwaarschrift is derhalve niet tijdig ingediend. Appellanten betogen dat de termijnoverschrijding niet aan hen is toe te rekenen, omdat zij door het ontbreken van een verzenddatum op het besluit niet wisten wanneer de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zou verstrijken. Verder stellen appellanten dat zij ervan uit mochten gaan dat tot en met 30 maart 2006 bezwaar kon worden ingediend. Dit betoog slaagt. De publicatie van het besluit in een huis-aan-huisblad op 15 februari 2006 vermeldt dat het besluit tot en met 30 maart 2006 ter inzage lag. Naar het oordeel van de Afdeling mochten appellanten hier uit afleiden dat ook tot en met die datum bezwaar kon worden gemaakt. De termijnoverschrijding is derhalve verschoonbaar. Verweerder heeft het bezwaar van appellanten terecht ontvankelijk geacht. 2.2. Bij besluit van 11 december 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente krachtens de Wet milieubeheer aan KleenCare Hygiëne B.V. een revisievergunning verleend voor een inrichting voor het ontwikkelen, fabriceren, opslaan en verkopen van reinigingsmiddelen en desinfecteermiddelen (hierna: de vergunning). De inrichting wordt thans gedreven door [vergunninghoudster]. De melding van 1 november 2005 heeft betrekking op het vergroten van de mengcapaciteit door het bijplaatsen van twee mengtanks met ieder een inhoud van maximaal 125 m3. In deze tanks worden blijkens de melding dezelfde producten op overeenkomstige wijze vervaardigd als in de in de inrichting aanwezige kleinere tanks, waarvoor vergunning is verleend. In plaats van steeds kleine hoeveelheden te produceren, wordt in één keer de gewenste hoeveelheid geproduceerd. De mengtanks kunnen tevens dienen als opslagtanks. 2.3. Appellanten betogen dat verweerder de melding ten onrechte heeft geaccepteerd, omdat niet vaststaat dat met de gemelde verandering geen grotere nadelige gevolgen voor het milieu zullen ontstaan. Daarbij moet volgens appellanten gedacht worden aan geluidemissie, risico op bodemverontreiniging, risico's voor de veiligheid, stof- en fijnstofemissie en stankemissie. Verder is volgens appellanten de samenstelling van de stoffen in de tanks onduidelijk. 2.3.1. Volgens verweerder passen de milieugevolgen van de gemelde activiteiten binnen de grenzen van de voor de inrichting geldende vergunning. Verder wijst verweerder erop dat door de grotere mengcapaciteit grondstoffen in bulk worden aangevoerd en direct worden toegevoegd aan het mengproces. Er vinden niet meer aan- en afvoerbewegingen plaats en er vindt geen tussenopslag plaats van grondstoffen in emballage. Verder zijn minder heftruckbewegingen nodig om vrachtauto's met emballage te lossen, komt minder afval vrij omdat minder emballage wordt gebruikt en zijn er minder gevaarsaspecten omdat de (grond-)stoffen slechts korte tijd als basisstof in de inrichting aanwezig zijn. 2.3.2. In artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer is bepaald dat een voor een inrichting verleende vergunning tevens geldt voor veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die niet in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften, maar die niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken, onder voorwaarde dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.