(2002)(hierna: het streekplan), aldus appellant. Tot slot voert hij nog aan dat zijn belang hierin is gelegen dat het met de bestemming strijdige gebruik wordt beëindigd. Standpunt van verweerder 2.
- Verweerder heeft bij zijn bestreden besluit goedkeuring verleend aan het bestemmingsplan. Hierbij stelt hij zich op het standpunt dat de bestemming van het riolerings- en bestratingsbedrijf als zodanig weliswaar in strijd is met het uitgangspunt van het provinciaal beleid, maar dat de belangen van het bedrijf aan de Rijkevoortseweg […] zwaarder dienen te wegen. Hiertoe voert hij aan dat het bedrijf al sinds 1988 op die plaats gevestigd is en dat het gemeentebestuur dit bij de inventarisatie van bedrijvigheid in het buitengebied in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Haps" over het hoofd heeft gezien. Was het bedrijf bij de inventarisatie wel onderkend, dan was het in 1994 reeds positief bestemd met een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding, aldus verweerder. Tevens hecht verweerder belang aan het feit dat het gemeentebestuur niet alle met de bestemming in het vorige plan strijdige activiteiten positief heeft bestemd, maar uitsluitend de situatie zoals die in 1994 was met een beperkte uitbreiding daarop. Tot slot voert verweerder nog aan dat niet is gebleken dat de activiteiten binnen de planperiode verplaatst of beëindigd zullen worden. Vaststelling van de feiten 2.
- Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens. 2.5.
- In het bestemmingsplan hebben de percelen aan de Rijkevoortseweg […], kadastraal bekend sectie […], nummers […], de bestemming "Riolerings- en bestratingsbedrijf -B, r/b-". In het vorige bestemmingsplan "Buitengebied Haps", dat is vastgesteld op 29 maart 1994 en voor zover hier van belang is goedgekeurd op 15 november 1994, hadden deze percelen de bestemming "Wonen -W-". Het desbetreffende bedrijf is sinds 1988 op deze locatie gevestigd. Het gebruik voor een riolerings- en bestratingsbedrijf viel sinds 1994 onder het overgangsrecht van het vorige bestemmingsplan. 2.5.
- Het gemeentebestuur heeft in het kader van het vaststellen van het bestemmingsplan "Buitengebied Haps" in 1994 een inventarisatie gemaakt van niet-agrarische bedrijven die zijn gevestigd in het buitengebied, met het doel deze bedrijven als zodanig te bestemmen. Daarbij is het bedrijf aan de Rijkevoortseweg […] niet opgemerkt. 2.5.
- Ingevolge artikel 2, derde lid, onder e, van de planvoorschriften bedraagt het maximale bebouwde oppervlak, exclusief bedrijfswoning, 193 m². In de plantoelichting wordt vermeld dat voor het riolerings- en bestratingsbedrijf een maximale bebouwingsoppervlakte is vastgelegd en het bedrijf geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft. 2.5.
- Appellant woont schuin tegenover de desbetreffende percelen en exploiteert een melkveehouderij. Het oordeel van de Afdeling 2.
- Het staat vast dat het gebruik van de gronden voor het riolerings- en bestratingsbedrijf aan de Rijkevoortseweg […] in strijd was met de bestemming in het vorige plan, maar dat dat gebruik wel onder de werking van het overgangsrecht viel. Op basis hiervan mocht het gebruik dat afweek van de bestemming in het vorige plan en bestond op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van dat plan, worden voortgezet. Voorts staat vast dat het gemeentebestuur bij de inventarisatie in 1994 van de bestaande niet-agrarische bedrijven in het buitengebied, de activiteiten van het bedrijf op dit perceel niet heeft betrokken, hoewel met deze inventarisatie werd beoogd reeds aanwezige bedrijvigheid als zodanig te bestemmen in het bestemmingsplan "Buitengebied Haps". Verweerder behoeft naar het oordeel van de Afdeling bij een beoordeling van de belangenafweging aan deze aspecten niet voorbij te gaan. Het feit dat de activiteiten onder het overgangsrecht van het vorige plan vielen, staat er niet aan in de weg dat bedoelde activiteiten bij afweging van de betrokken belangen als zodanig in het plan worden bestemd. Ten aanzien van het bezwaar van appellant dat het plan in strijd is met het streekplan, overweegt de Afdeling dat het in het streekplan neergelegde beleid zich niet zonder meer verzet tegen het bestemmen van in het buitengebied bestaande niet-agrarische bedrijven als zodanig in een bestemmingsplan. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt beoogd het gebruik van het perceel aan de Rijkevoortseweg […] dat was toegelaten onder de werking van het vorige bestemmingsplan, als zodanig te bestemmen. Gelet op overweging 2.5.
- is uitbreiding van het bedrijf ingevolge het plan niet meer toegelaten. Gelet op het voorgaande, heeft verweerder aan de bezwaren van appellant geen doorslaggevende betekenis behoeven toe te kennen. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat de activiteiten binnen de planperiode verplaatst of beëindigd zullen worden. 2.6.
- Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellant heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder terecht goedkeuring heeft verleend aan het plan. Het beroep is ongegrond. Proceskostenveroordeling 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat. w.g. Bartel w.g. Kooijman Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2007 177-545.