(2003)573] aan de Raad van de Europese Unie en het Europese Parlement ter zake van de ontwikkeling van een communautair actieplan voor het beheer van Europese aal werd indertijd al de noodzaak onderkend om de aalstand in Europa te beschermen. De Europese Commissie heeft in die mededeling de lidstaten verzocht mee te werken aan de uitwerking van noodmaatregelen op communautair niveau. Hierbij heeft de Europese Commissie opgemerkt dat er, in afwachting van het opstellen van een herstelplan, in de eerste plaats voor moet worden gezorgd dat zoveel mogelijk schieraal ontkomt. Voorts vermeldt de Europese Commissie in die mededeling dat zij dringend maatregelen zal nemen op de volgende gebieden: - een verbod op visserijactiviteiten waarbij waarschijnlijk schieraal zal worden gevangen, - vergemakkelijking van de stroomafwaartse migratie van schieraal. Gebleken is dat de Europese Commissie op 19 juli 2004 heeft besloten dat er een herstelplan komt voor de paling en dat voor de korte termijn maatregelen worden getroffen om de schieraal te beschermen. De Minister van LNV heeft daarop gewezen in zijn op verzoek van de Staatssecretaris uitgebrachte ambtsbericht van 8 september 2004 en heeft de Staatssecretaris naar aanleiding daarvan medegedeeld voortzetting van de 30-dagenregeling ongewenst te achten. Gegeven de binnen het geldende wettelijke en beleidsmatige kader aan de Staatssecretaris toekomende beleidsvrijheid ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat hij, vooruitlopend op in communautair verband in het vooruitzicht gestelde maatregelen, niet reeds zelf een beslissing als hier aan de orde mocht nemen, zelfs indien geoordeeld zou moeten worden dat de effectiviteit van die - nationale - beslissing zou achterblijven bij die van maatregelen in communautair verband. Dat de Minister van LNV in zijn genoemde ambtsbericht tot uitdrukking heeft gebracht dat de regeling in het belang van de concurrentiepositie van de palingvissers nog kan voortduren in afwachting van maatregelen van de Europese Commissie die hij niet vóór 1 september 2005 verwacht, maakt dat reeds hierom niet anders, nu de belangen waarvoor de Minister van LNV in zijn ambtsbericht een lans breekt door de Staatssecretaris dienden te worden afgewogen tegen de belangen gediend met het afschaffen van de 30-dagenregeling. 2.5.
- Op grond van het vorenoverwogene is de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot het afschaffen van de 30-dagenregeling heeft kunnen besluiten. Het bestreden besluit is derhalve niet in strijd met het bepaalde in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat wordt niet anders door het feit dat in dat besluit niet ten gronde wordt ingegaan op de vraag of de - gestelde - nadelen die voor de vereniging uit dat besluit voortvloeien door de Staatssecretaris moeten worden gecompenseerd. Voor zover de palingvissers als gevolg van de beëindiging van de 30-dagenregeling schade mochten lijden, heeft de Staatssecretaris er voor wat betreft het schadevergoedingsaspect mee kunnen volstaan in het besluit op bezwaar te verwijzen naar de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 (Stcrt. 1999, 172), nu niet is gebleken van zodanig ernstige schade dat de Staatssecretaris daartoe niet op zorgvuldige wijze had kunnen besluiten zonder zich vooraf de belangen van de palingvissers op dit punt aan te trekken. 2.
- Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 29 april 2005 van de Staatssecretaris alsnog ongegrond verklaren. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 14 april 2006 in zaak no. AWB 05/468; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. R.R. Winter en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat. w.g. Vlasblom w.g. Van Meurs-Heuvel Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2007 47-505.