200604404/1. Datum uitspraak: 28 maart 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het beroep (artikelen 6:18, 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht) van: [wederpartij]. 1. Procesverloop Bij besluit van 21 april 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen (hierna: het college) aan de "Stichting Sociale Huisvesting Wageningen" (hierna: vergunninghoudster) bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woon-winkelgebouw op het perceel Vijzelstraat 8/Burgtstraat 2-6, te Wageningen (hierna: het perceel). Bij besluit van 8 december 2005 heeft het college het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 mei 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief van 13 juni 2006, bij de Raad van State ingekomen op 14 juni 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 13 juli 2006. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 10 augustus 2006 heeft [wederpartij] een reactie ingediend op het hoger beroep van het college. Bij besluit van 27 juli 2006, verzonden op 31 juli 2006, heeft het college het bezwaar van [wederpartij] tegen het besluit van 21 april 2005 opnieuw ongegrond verklaard. Bij brief van 7 september 2006, bij de rechtbank ingekomen op 8 september 2006, heeft [wederpartij] tegen het besluit van 27 juli 2006 beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ter afdoening doorgezonden naar de Afdeling. Bij besluit van 20 oktober 2006 heeft het college de bij besluit van 21 april 2005 verleende bouwvergunning ingetrokken. Bij brief van 20 oktober 2006 heeft het college het hoger beroep ingetrokken. Bij brief van 9 november 2006 heeft [wederpartij] een nadere reactie ingediend. Bij brief van 29 november 2006 heeft het college van antwoord gediend inzake het beroep tegen het besluit van 27 juli 2006. Voor afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [wederpartij]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden. Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [wederpartij]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 februari 2007, waar [wederpartij] in persoon, bijgestaan door mr. P. de Groot, gemachtigde en het college, vertegenwoordigd door C.A. Murray, ambtenaar van de gemeente, bijgestaan door mr. D.R. Sonneveldt, advocaat te Arnhem, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Bij besluit van 27 juli 2006 heeft het college opnieuw beslist op het door [wederpartij] tegen het besluit van 21 april 2005 gemaakte bezwaar en de bouwvergunning gehandhaafd. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht onderwerp te zijn van dit geding. 2.2. Zoals de Voorzitter van de Afdeling partijen bij brief van 30 oktober 2006 heeft medegedeeld, zal, nu het hoger beroep van het college is ingetrokken, alleen nog uitspraak worden gedaan op het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 27 juli 2006. 2.3. [wederpartij] betoogt dat hij nog procesbelang heeft bij zijn beroep tegen het besluit van 27 juli 2006, waarbij de inmiddels ingetrokken bouwvergunning was gehandhaafd, in verband met gemaakte proceskosten en geleden schade. 2.3.1. De door [wederpartij] gestelde schade betreft omzetderving als gevolg van de door hem aan de procedure(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.