(1979); AB 1982, 21) kan een bestemming op zichzelf geen beletsel vormen voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, welke daarmee niet in overeenstemming zijn. Derhalve was voor de aanleg van de bouwweg geen vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de WRO vereist, zodat er voor de bij het besluit van 24 mei 2006 verleende vrijstelling geen grondslag bestond. De voorzieningenrechter heeft dat niet onderkend. 2.
- Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van appellanten gegrond verklaren en het besluit van 24 mei 2006 vernietigen aangezien daarbij ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 17 van de WRO. 2.
- Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2006 in de zaken nos. AWB 06/2958 en 06/2959; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam van 24 mei 2006, kenmerk R80/0136 BWT 2005; V. veroordeelt het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 966,00 (zegge: negenhonderdzesenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam aan appellanten onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald; VI. gelast dat het stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam aan appellanten het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 703,00 (zegge: zevenhonderddrie euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat. w.g. Van den Brink w.g. Willems Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2007 412