(100)en overige kampeermiddelen, 50 toeristische standplaatsen en 20 seizoenstandplaatsen, een uitbreiding naar 220 stacaravans die gedurende het gehele jaar aanwezig zullen zijn, geen geringe capaciteitsuitbreiding in evenbedoelde zin is. Voor zover de stukken, waarnaar het college in het besluit op bezwaar heeft verwezen, geen beleidsregels, als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Awb, inhouden, betekent dit niet dat het college deze niet aan de weigering en de handhaving daarvan in bezwaar ten grondslag heeft mogen leggen. 2.4.
- Het betoog van appellante dat de rechtbank heeft miskend dat de weigering in strijd is met het vertrouwensbeginsel faalt evenzeer. Aan de toelichting op het bestemmingsplan valt geen gerechtvaardigd vertrouwen te ontlenen dat medewerking zal worden verleend aan een van het bestemmingsplan afwijkend project, als waarom het hier gaat. De gestelde gedragingen van het gemeentebestuur, waaruit appellante heeft afgeleid dat met het project werd ingestemd, bieden evenmin grond voor een zodanig vertrouwen, reeds omdat het gemeentebestuur geen verklaring van geen bezwaar kan verlenen. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat. w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Heusden Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007 163-499.