200607084/
- Datum uitspraak: 23 mei 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellanten], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 15 februari 2006 heeft verweerder met toepassing van artikel 83 van de Wet geluidhinder hogere grenswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, vanwege bestaande wegen, vastgesteld met betrekking tot 757 nieuw te bouwen woningen in de zone van de Coenderstraat, Emplacementsweg, Papsouwselaan en Westlandseweg te Delft. Bij besluit van 16 augustus 2006, verzonden op 21 augustus 2006, heeft verweerder het hiertegen door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 22 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 26 september 2006, beroep ingesteld. Bij brief van 20 november 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2007, waar [gemachtigde] in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A. den Breejen, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord het college van burgemeester en wethouders van Delft, vertegenwoordigd door mr. B.J.W. Walraven, advocaat te Rotterdam, en ir. M.H. Bovy.
- Overwegingen 2.
- Ingevolge artikel 20.1 van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.
- Gezien de aard en gevolgen van het besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden is, naast degene die om vaststelling van een hogere grenswaarde heeft verzocht, in beginsel uitsluitend de (toekomstige) eigenaar, andere zakelijke gerechtigde of gebruiker van een woning waarvoor de hogere grenswaarde is vastgesteld, rechtstreeks bij dat besluit betrokken. Nu bij het besluit van 15 februari 2006 voor de woning van appellanten geen hogere grenswaarde is vastgesteld, worden er door dit besluit geen rechtsgevolgen in het leven geroepen waarbij het belang van appellanten rechtstreeks is betrokken. Gelet hierop heeft verweerder bij het bestreden besluit terecht geconcludeerd dat het bezwaar van appellanten tegen dat besluit niet-ontvankelijk is, omdat zij geen belanghebbenden zijn. 2.
- Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat. w.g. Boll w.g. Van der Zijpp Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007 262-468.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.