(2006)waarin geen ontwikkelingen zijn verwezenlijkt. Verweerder heeft zich ter zitting desgevraagd op het standpunt gesteld dat de eerste ontwikkelingen in het plangebied pas op z’n vroegst in 2010 zullen zijn verwezenlijkt en dat in dat jaar aan de grenswaarden voor zwevende deeltjes wordt voldaan. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding niet van de juistheid van deze stelling uit te gaan. De Milieufederatie heeft niet aannemelijk gemaakt dat de rapporten zodanige onjuistheden bevatten dan wel leemten in kennis vertonen dat verweerder zich hierop niet heeft kunnen baseren. Nu verwezenlijking van het plan, gelet op het vorenstaande, niet leidt tot overschrijdingen van de in het Blk 2005 genoemde grenswaarden bestaat er aanleiding de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, behoudens wat betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" ter plaatse van de Mauritsstraat 4, 6, en 8, het plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW)" met de aanduiding "III", het plandeel met de bestemming "Park (P)" ter plaatse van de omgeving van molen De Held Jozua en het plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW III)" ter plaatse van de Mahoniehout 24, 26 en Vurehout
- Proceskosten 2.
- Met betrekking tot de beroepen van Redevco, [appellanten sub 1] en [appellanten sub 4] bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. Met betrekking tot het beroep van de Milieufederatie is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, niet gebleken. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld met betrekking tot de beroepen van Uni-Invest, Singeling, [appellanten sub 6] en De Held Jozua.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep van Redevco niet-ontvankelijk; II. verklaart de beroepen van Uni-Invest, De Held Jozua, en de Milieufederatie geheel en de beroepen van Singeling en [appellanten sub 6] gedeeltelijk gegrond; III. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 20 februari 2007, kenmerk 2007-6405; IV. onthoudt goedkeuring aan het plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW III)" ter plaatse van de Mahoniehout 24, 26 en Vurehout 19; V. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voor zover dit is vernietigd, voor zover het betreft het plandeel onder IV; VI. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven, behoudens wat betreft de goedkeuring van: a. het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" ter plaatse van de Mauritsstraat 4, 6, en 8; b. het plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW)" met de aanduiding "III" en het plandeel met de bestemming "Park (P)" ter plaatse van de omgeving van molen De Held Jozua; c. het plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW III)" ter plaatse van de Mahoniehout 24, 26 en Vurehout 19; VII. verklaart de beroepen van [appellanten sub 1] en [appellanten sub 4] geheel en de beroepen van Singeling en [appellanten sub 6] voor het overige ongegrond; VIII. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot vergoeding van de door hierna vermelde appellanten in verband met de behandeling van hun beroepen opgekomen proceskosten:
- Uni-Invest € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- Singeling € 849,48 (zegge: achthonderdnegenenveertig euro en achtenveertig cent) waarvan een bedrag van € 805,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- [appellanten sub 6] € 838,48 (zegge: achthonderdachtendertig euro en achtenveertig cent) waarvan een bedrag van € 805,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- De Held Jozua € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; de bedragen dienen door de provincie Noord-Holland, onder vermelding van het zaaknummer, aan voormelde appellanten te worden betaald; IX. gelast dat de provincie Noord-Holland aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor Uni-Invest, € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor Singeling, € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor [appellanten sub 6], € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor De Held Jozua en € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor de Milieufederatie vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat. w.g. Parkins-de Vin w.g. Kegge voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2008 325-500.