(2003)blijft gelden. De genoemde POL-herziening is ook bij het POL 2006 gehandhaafd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft het college zich derhalve in zoverre terecht op het standpunt gesteld dat het VORm-beleid niet van toepassing is op het gebied Poelveld. Overigens heeft de gemeenteraad bij de beantwoording van de zienswijzen wel aandacht besteed aan alternatieve bouwlocaties. 2.7.
- Blijkens de stukken kunnen ten gevolge van de gedeeltelijke onthouding van goedkeuring ongeveer 29 van de 650 woningen niet worden gerealiseerd. Van de zijde van de initiatiefnemer is verklaard dat ook zonder deze 29 woningen het plan kan worden gerealiseerd en ook kostendekkend zal zijn. Ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op gronden die niet in eigendom zijn van de initiatiefnemer stelt de voorzitter voorop dat de percelen grotendeels in handen zijn van de initiatiefnemer. Voor zover de overige gronden in handen zijn van bouwondernemingen en ontwikkelaars zijn afspraken over het beheer gevoerd. Voor een zeer klein gedeelte is het plangebied in eigendom bij particulieren, maar gezien het huidige gebruik als weidegronden, ligt het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet in de lijn der verwachting. Gelet hierop heeft het college zich naar het oordeel van de voorzitter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan financieel en economisch uitvoerbaar is. 2.7.
- Volgens de plantoelichting is onderzoek gedaan naar de natuurwaarden. De resultaten van dit onderzoek zijn onder andere neergelegd in het rapport "Actualisatie flora- en faunaonderzoek 2005 Poelveld, Gemeente Eijsden" en in het "Flora- en faunaonderzoek 2003-2006, Poelveld, Gemeente Eijsden" van 1 juli
- Bij besluit van 24 juli 2007 is reeds een ontheffing verleend voor de steenuil en heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gemeld dat een ontheffing voor de groene specht niet nodig is. 2.7.
- In het Dassenbeschermingsplan Limburg wordt het Poelveld tot het foerageergebied van de das gerekend. Derhalve is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie ter plaatse. Het reeds genoemde rapport van 1 juli 2006 vermeldt dat het Poelveld van marginaal belang is voor de das. Een verklaring hiervoor is dat de A2 een barrière vormt tussen de burchtlocaties en ogenschijnlijk goede foerageergebieden. 2.7.
- Naar het oordeel van de voorzitter hebben Eijsden Groen en anderen niet aannemelijk gemaakt dat de onderzoeken met betrekking tot de natuurwaarden zodanige gebreken en leemten in kennis vertonen dat het college deze niet in redelijkheid aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Gezien het vorenstaande heeft het college naar het oordeel van de voorzitter niet op voorhand in redelijkheid behoeven in te zien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. 2.7.
- Voor zover Eijsden Groen en anderen hebben betoogd dat de verkeersgegevens die ontleend zijn aan de gemeentelijke geluidniveaukaart, niet ten grondslag konden worden gelegd aan het akoestische onderzoek, overweegt de voorzitter dat met de inwerkingtreding van de wet van 5 juli 2006, houdende wijziging Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) op 1 januari 2007, voor zover hier van belang, de bepalingen betrekking hebbende op de vaststelling van een geluidniveaukaart zijn komen te vervallen. Eijsden Groen en anderen hebben echter niet aannemelijk gemaakt dat hieruit tevens volgt dat ook aan de feitelijke gegevens die ten grondslag liggen aan een geluidniveaukaart de betekenis is ontvallen. Daarbij merkt de voorzitter op dat van de zijde van de gemeenteraad is gesteld dat waar mogelijk de verkeersgegevens zijn vergeleken met de verkeersgegevens van Rijkswaterstaat en dat deze gegevens met elkaar overeenstemmen. Naar het oordeel van de voorzitter hebben Eijsden Groen en anderen niet aannemelijk gemaakt dat deze invoergegevens onjuist zijn, noch dat zodanige uitgangspunten zijn gehanteerd dat het college het onderhavige akoestische rapport niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. 2.7.
- Voorts is onderzoek naar de luchtkwaliteit verricht. De resultaten van deze onderzoeken zijn neergelegd in het rapport "Rapportage luchtkwaliteitsonderzoek bestemmingplan Poelveld te Eijsden", van 30 juni
- Het rapport concludeert dat aan de normen uit het Besluit luchtkwaliteit 2001 wordt voldaan. Op 31 oktober 2005 heeft het onderzoeksbureau Cauberg-Huygen een aanvullende notitie opgesteld over de gevolgen van het inwerkingtreden van het Besluit luchtkwaliteit
- Daarin wordt geconcludeerd dat aan de normen van het Besluit luchtkwaliteit 2005 wordt voldaan. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat het CAR II-model niet kan worden toegepast in het Maasdal, noch is anderszins aannemelijk geworden dat de gehanteerde uitgangspunten, dan wel invoergegevens onjuist zijn. Het college heeft zich naar het oordeel van de voorzitter dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met het Besluit luchtkwaliteit
- 2.
- Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van Staat. w.g. Oosting w.g. Breunese-van Goor voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2008 425.