200802810/2. Datum uitspraak: 11 juli 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekster], gevestigd te [plaats], en het college van gedeputeerde staten van Limburg, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 28 februari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg (hierna: het college) aan [verzoekster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor haar inrichting voor het op- en overslaan en bewerken van legerdumpmaterieel en -machines, de handel in legerdumpmaterieel en -machines en het opslaan en demonteren van autowrakken, gelegen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats]. Dit besluit is op 6 maart 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 april 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 juni 2008, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. drs. W.J.W. van Eijk en mr. M. Bos, advocaten te ’s-Hertogenbosch, en ing. A.F. van Woensel, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.J.A.G. Werkhoven, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Ter zitting heeft [verzoekster] de grond inzake voorschrift 2.5.1 van de vergunning ingetrokken. 2.3. [verzoekster] betoogt dat voorschrift 2.1.2 onnodig bezwarend is, nu hierin voor de daar genoemde werkzaamheden een overkapping of gelijkwaardige voorziening wordt voorgeschreven. De thans aanwezige voorzieningen (een vloeistofdichte vloer met een opvanggoot die uitmondt in een olie-/benzineafscheider) zijn volgens [verzoekster] voldoende, temeer nu de desbetreffende werkzaamheden alleen bij droog weer worden verricht. Gezien de omvang van de legervoertuigen zou de overkapping qua vorm en formaat fors dienen te zijn. De bestaande overkapping is hiervoor volgens [verzoekster] niet groot genoeg. 2.3.1. Het college betoogt dat het ingevolge het Besluit beheer autowrakken (hierna: het Bba), dat van toepassing is op autowrakken met een gewicht van ten hoogste 3.500 kg, gehouden is ten aanzien van die autowrakken het onderhavige voorschrift aan de vergunning te verbinden. Sinds 29 oktober 2002, toen de toenmalige vergunning ambtshalve is aangepast aan het Bba, was ook al een voorschrift met dezelfde strekking aan de vergunning van [verzoekster] verbonden. Voor zover het autowrakken met een gewicht van meer dan 3.500 kg betreft, betoogt het college dat in sectorplan 11 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2002-2012 (hierna: het LAP), dat weliswaar slechts van toepassing is op autowrakken als bedoeld in het Bba, wordt aanbevolen om voor het beheer van andere autowrakken ook bij dit sectorplan aan te sluiten. In dit sectorplan wordt demontage volgens de voorschriften van het Bba aangemerkt als minimumstandaard, aldus het college. Gelet hierop heeft het college voorschrift 2.1.2 ook van toepassing verklaard op autowrakken met een gewicht van meer dan 3.500 kg. 2.3.2. In artikel 5, eerste lid, van het Bba is bepaald dat het bevoegd gezag de in de bijlage bij het besluit gestelde voorschriften verbindt aan een vergunning voor een inrichting voor het opslaan van vijf of meer autowrakken en aan een vergunning voor een inrichting voor het bewerken, verwerken, vernietigen of overslaan van autowrakken. 2.3.3. In de aanhef van paragraaf 2 van de vergunningvoorschriften is bepaald dat de voorschriften van deze paragraaf, met uitzondering van voorschrift 2.5.1, eveneens gelden voor autowrakken met een gewicht groter dan 3.500 kilogram. In voorschrift 2.1.2 is bepaald dat het aftappen van vloeistoffen en het demonteren van vloeistof bevattende onderdelen, alsmede het opslaan van afgetapte vloeistoffen en gedemonteerde vloeistof bevattende onderdelen, geschiedt onder een overkapping of een gelijkwaardige voorziening die de vloeistofdichte vloer of voorziening afdoende tegen het inregenen beschermt. 2.3.4. Voorschrift 2.1.2 stemt overeen met voorschrift 2 van onderdeel A van de bijlage behorend bij artikel 5, eerste lid, van het Bba. Niet bestreden is dat het college ingevolge het Bba gehouden is dit voorschrift ten aanzien van autowrakken met een gewicht van ten hoogste 3.500 kg aan de vergunning te verbinden. Een voorschrift met deze strekking was ook reeds sinds 29 oktober 2002 opgenomen in de vergunning van [verzoekster]. Voorschrift 2.1.2 is eveneens van toepassing verklaard op autowrakken van meer dan 3.500 kilogram. Nu de inrichting hoe dan ook dient te beschikken over een overkapping en niet is gebleken dat de desbetreffende werkzaamheden aan autowrakken met een gewicht groter dan 3.500 kilogram niet kunnen plaatsvinden onder de bestaande overkapping, ziet de voorzitter in zoverre geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. 2.4. [verzoekster] betoogt voorts dat voorschrift 2.3.1, nu dit van toepassing is verklaard op autowrakken van meer dan 3.500 kilogram, onnodig bezwarend is. De termijn van 10 dagen voor het aftappen, demonteren en opslaan van de daar genoemde stoffen is volgens [verzoekster] onnodig kort, omdat de autowrakken op een vloeistofdichte vloer worden gestald, waardoor het risico op bodemverontreiniging wordt weggenomen. Verder komen de partijen legermaterieel volgens [verzoekster] vaak in één bulklading binnen en is zij gezien de lage personeelsbezetting niet in staat deze werkzaamheden binnen de voorgeschreven termijn uit te voeren. 2.4.1. Het college betoogt dat het voorschrift, gezien de maximale hoeveelheid autowrakken die [verzoekster] volgens de aanvraag op enig moment in opslag heeft (10 stuks), niet onredelijk bezwarend is. 2.4.2. In voorschrift 2.3.1 is bepaald dat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 10 werkdagen, na de ontvangst van het autowrak de daar genoemde stoffen, preparaten of andere producten, indien aanwezig, uit het autowrak worden afgetapt of gedemonteerd en vervolgens opgeslagen worden. 2.4.3. Voorschrift 2.3.1 stemt overeen met voorschrift 1 van onderdeel C van de bijlage behorend bij artikel 5, eerste lid, van het Bba. Niet bestreden is dat het college ingevolge het Bba gehouden is dit voorschrift ten aanzien van autowrakken met een gewicht van ten hoogste 3.500 kg aan de vergunning te verbinden. Voorschrift 2.3.1 is eveneens van toepassing verklaard op autowrakken van meer dan 3.500 kilogram. Volgens gegevens die [verzoekster] het college op 16 november 2007 desgevraagd ter aanvulling van de aanvraag heeft verstrekt, worden in de inrichting op jaarbasis ongeveer 5 wrakken aangevoerd en ongeveer 10 onbewerkte wrakken opgeslagen. Gelet op het beperkte aantal af te tappen en/of te demonteren autowrakken ziet de voorzitter in hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. 2.5. [verzoekster] betoogt dat voorschrift 3.1.9 in strijd is met de rechtszekerheid, omdat hierin niet nader gedefinieerde begrippen als "afgedankte voertuigen" en "schadeauto's" worden gebruikt, terwijl aan deze kwalificaties consequenties zijn verbonden voor de maximale acceptatie- en opslaghoeveelheden. Hieruit vloeien volgens [verzoekster] ook onnodige beperkingen voor de bedrijfsvoering voort. De beperking van de jaarlijkse acceptatie van autowrakken tot 5 stuks is volgens [verzoekster] onnodig. De beperking van de jaarlijkse acceptatie van schadeauto's tot 100 stuks is volgens haar onacceptabel, aangezien de handelsvoorraad bestaat uit gedumpte legervoertuigen waarvan nagenoeg geen enkel exemplaar, gelet op de leeftijd en het intensieve gebruik onder zware omstandigheden, in onbeschadigde toestand verkeert. In zoverre zou dan (bijna) de gehele handelsvoorraad als "schadeauto" zijn aan te merken. 2.5.1. In voorschrift 3.1.9, onder a, is bepaald dat in de inrichting maximaal 105 afgedankte voertuigen (5 autowrakken en 100 schadeauto'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.