(2x)" is gelegd en het plan een derde standplaats voor een woonwagen mogelijk moet maken, nu in het voorheen geldende plan "Kom Herwijnen 1988" drie standplaatsen waren toegestaan en zijn dochter, die op dit moment met haar woonwagen op zijn standplaats staat, reeds op 3 mei 2006 een aanvraag om verlening van een huisvestingsvergunning heeft gedaan, die het gemeentebestuur op 6 maart 2007 heeft afgewezen. 2.6.
- Onder de werking van het voorheen geldende plan "Kom Herwijnen 1988" was aan de gronden ter plaatse van en in de directe omgeving van de woonwagen van [appellant sub 2] de bestemming "Woonwagencentrum" toegekend. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de voorschriften bij het plan "Kom Herwijnen 1988" zijn de gronden met die bestemming bestemd voor een woonwagencentrum ten behoeve van drie standplaatsen. Ingevolge het derde lid, onder a, mag het aantal woonwagens per standplaats ten hoogste één bedragen. 2.6.
- Op de bij het plan behorende plankaart is ter plaatse de aanduiding "woonwagenstandplaats
(2x)" aangebracht. Ingevolge artikel 3, derde lid, onder 6, onderdeel a, van de planvoorschriften, voor zover thans van belang, mogen binnen het bouwvlak met de aanduiding "woonwagenstandplaats" hoofdgebouwen in de vorm van maximaal 2 woonwagens worden gebouwd. Ingevolge artikel 1, onder q, wordt onder een standplaats verstaan: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. 2.6.
- In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende aanspraken worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, in verband waarmee in dit geval een uitzondering op dit uitgangspunt moet worden aangenomen. In dit verband is van belang dat het maximum van twee standplaatsen dat de raad met het nieuwe planvoorschrift, bezien in samenhang met de plankaart, heeft toegestaan, overeenkomt met het de feitelijke situatie, waarin van oudsher twee zelfstandige standplaatsen bestaan. De plaatsing van een tweede woonwagen op de door [appellant sub 2] gebruikte standplaats strookte ook niet met het voorheen geldende bestemmingsplan, nu per standplaats slechts één woonwagen was toegestaan. Voorts is in dit verband van belang dat de gronden waarop een derde standplaats zou moeten worden gerealiseerd in eigendom zijn aan de gemeente en deze niet voornemens is hierop een derde standplaats te realiseren of daarvoor toestemming te verlenen. Daarnaast heeft de raad reeds voor de aanvraag om verlening van een huisvestingsvergunning besloten en bekendgemaakt dat hij de locatie voor de derde standplaats zou realiseren, noch verhuren, vanwege gewijzigde planologische inzichten. Verder is van belang dat de gronden reeds vele jaren worden gebruikt als parkeerterrein voor de ijsbaan. Gelet hierop, hoefde het college in hetgeen [appellant sub 2] in dit verband heeft aangevoerd geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat het plan, voor zover daarin maximaal twee standplaatsen voor woonwagens zijn toegestaan, in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Het betoog faalt. 2.
- De door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] ingestelde beroepen zijn, voor zover ontvankelijk, ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het door [appellant sub 2] ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het plandeel met de bestemming "Verkeer en verblijf", niet-ontvankelijk; II. verklaart dat beroep voor het overige en het door [appellant sub 1] ingestelde beroep geheel ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. D.A.C. Slump en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Matulewicz voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008 45-559.