(2), hebben ingevolge het plan eveneens de bestemming "Gemengde doeleinden 5" met daarnaast de aanduidingen "hIII" de "b" ("tevens bedrijven"). Op kaartblad 2 zijn binnen het bouwblok ononderbroken en onderbroken lijnen ingetekend. Blijkens de legenda bij kaartblad 2 betreffen de ononderbroken lijnen de aanduiding "grensaanduiding functies". In het bouwblok zijn op basis van de bestemming "Gemengde doeleinden 5" de functies wonen, detailhandel, ateliers, publieksgerichte dienstverlening en maatschappelijke doeleinden toegestaan. Ingevolge artikel 9, lid 1, sub b, onder 1, van de planvoorschriften zijn de gronden - uitsluitend waar dat op de kaart is aangegeven - mede bestemd voor de voorziening bedrijven (aanduiding b). Ingevolge artikel 9, lid 1, sub b, onder 3, zijn de gronden - uitsluitend waar dat op de kaart is aangegeven - mede bestemd voor de voorziening horeca (aanduiding h). Ingevolge artikel 9, lid 2, sub c, van de planvoorschriften geldt voor niet-woonfuncties (anders dan horeca) dat uitsluitend activiteiten uit maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Ingevolge artikel 9, lid 2, sub d, van de planvoorschriften geldt voor de mede voor horeca bestemde gronden dat uitsluitend horeca-activiteiten zijn toegestaan binnen de categorie zoals op de kaart is aangegeven en als bedoeld in artikel 1 lid
- In artikel 9, lid 2, sub e, van de planvoorschriften is ten aanzien van horeca op Vrouwenkerkhof 2 tot en met 14/Dolhuissteeg 10 tot en met 18 (kaartblad 2) bepaald dat ten hoogste 1 horecavestiging is toegestaan, met een brutovloeroppervlak van niet meer dan 200 m
- Ingevolge artikel 19, lid 1, sub c, aanhef en onder 1, van de planvoorschriften zijn de gronden met de bestemming "Verblijfsgebied Vb" - uitsluitend waar dat op de kaart is aangegeven - mede bestemd voor een evenementenplein, alsmede terrassen ten behoeve van de aangrenzende horecabedrijven (aanduiding e). 2.
- Voor zover [appellant sub 3] betoogt dat de mogelijkheid van de uitbreiding van het aantal terrassen planologisch dient te worden uitgesloten, merkt de Afdeling op dat de aanduiding e, zoals vermeld in artikel 19, lid 1, van de planvoorschriften nergens is opgenomen op kaartblad 2, zodat terrassen in het bouwblok op grond van het plan - behoudens overgangsrecht - niet mogelijk zijn. Dit betoog faalt dan ook. 2.
- Het betoog van [appellant sub 3] dat het college heeft miskend dat er sprake is van een tegenstrijdigheid tussen de planvoorschriften en de plankaart voor wat betreft de horeca-aanduiding op de gronden van Vrouwenkerkhof 2 tot en met 14 en Dolhuissteeg 10 tot en met 18, treft doel. Op grond van artikel 9, lid 1, sub b, onder 3, juncto artikel 9, lid 2, sub d, juncto artikel 9, lid 2, sub e, van de voorschriften is op de percelen Vrouwenkerkhof 2 t/m 14 één horecavestiging in categorie I, II of III toegestaan met een maximaal brutovloeroppervlak van 200 m
- Horeca I, II en III betreffen de lichtere vormen van horeca, zoals omschreven in artikel 1, lid 36, van de voorschriften. In artikel 9, lid 2, sub e, van de voorschriften staat vermeld dat die ene horecagelegenheid ook aan "de Dolhuissteeg" kan komen. Blijkens kaartblad 2 heeft de aanduiding "hIII" gezien de "grensaanduiding functies" (de ononderbroken lijn) alleen betrekking op Vrouwenkerkhof 2 tot en met
- De planvoorschriften maken derhalve ook horeca aan de Dolhuissteeg mogelijk, maar kaartblad 2 niet. Plankaart en planvoorschriften zijn dan ook niet met elkaar in overeenstemming. 2.
- Ten aanzien van het betoog van de stichting en [appellant sub 3] dat ten onrechte in de legenda van kaartblad 2 een verklaring van de onderbroken lijnen zoals die op kaartblad 2 in het bouwblok voorkomen, ontbreekt, overweegt de Afdeling het volgende. De onderbroken lijnen in het bouwblok aangegeven op kaartblad 2 komen niet voor op de legenda bij kaartblad 2 noch in de planvoorschriften. Gelijk het college heeft overwogen betekent dit dat aan deze lijnen daarom geen betekenis toekomt. Naar het oordeel van de Afdeling strookt dit echter niet met de bedoeling van de planwetgever. Het college stelt zich immers in navolging van de raad op het standpunt dat het plan horeca mogelijk maakt op het perceel achter Lange Mare 71/Vrouwenkerkkoorstraat 2 en dat het plan daarnaast de vestiging toelaat van één nieuwe horecazaak uit maximaal horecacategorie III. Uit de stukken kan voorts worden afgeleid dat bedrijven alleen op het perceel Lange Mare 69 toegelaten dienen te worden. Nu geen betekenis toekomt aan de onderbroken lijnen zijn (op grond van artikel 9, lid 1, sub b, onder 3, juncto artikel 9, lid 2, sub d, juncto artikel 9, lid 2, sub e, van de voorschriften en artikel 9, lid 1, sub b, onder 1, juncto artikel 9, lid 2, sub c, van de voorschriften op grond van de planvoorschriften op de percelen Vrouwenkerkkoorstraat 2, Lange Mare 67 t/m 71a horecavestigingen in categorie I, II en III toegestaan en zijn op de percelen Lange Mare 67 t/m 71a bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Door het betekenisloos worden van de onderbroken lijnen, omdat deze niet voorkomen in de legenda noch in de planvoorschriften, zijn derhalve ruimere mogelijkheden geschapen voor horeca en bedrijven dan de planwetgever voor ogen heeft gehad. 2.
- Gelet op hetgeen in overweging 2.37 en 2.38 is overwogen komt de Afdeling tot de conclusie dat hetgeen de stichting en [appellant sub 3] hebben aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg is vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Door het plan in zoverre niettemin goed te keuren, heeft het college gehandeld in strijd met artikel 3:2 van de Awb, in samenhang met artikel 10:27 van de Awb. Het beroep van de stichting en [appellant sub 3] is in zoverre gegrond, zodat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de goedkeuring door het college van het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg, dient te worden vernietigd. 2.
- Uit het vorenstaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg. Platanen 2.
- Ten slotte richt het beroep van [appellant sub 3] zich tegen kaartblad 5 omdat de platanen op het Vrouwenkerkhof daarop ten onrechte niet de aanduiding "waardevolle boom" hebben gekregen. Dit betoog faalt op grond van de navolgende overwegingen. 2.
- Op het Vrouwenkerkhof staan zes platanen. Op kaartblad 5 hebben de gronden van het Vrouwenkerkhof met de bestemming "verblijfsgebied" de medebestemming "terrein van archeologische waarde" gekregen. Op deze kaart hebben de platanen niet de aanduiding "waardevolle boom" gekregen. 2.
- Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college zich in navolging van de raad in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat gelet op de leeftijd van de bomen, het gaat om betrekkelijke jonge platanen, deze niet de aanduiding "waardevolle bomen" dienen te krijgen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat op kaartblad 2 is te zien dat de zes platanen op het Vrouwenkerkhof de aanduiding "cwr" hebben. In artikel 19, lid 1, sub c, onder 3, van de planvoorschriften is bepaald dat de gronden met deze aanduiding op de kaart mede bestemd zijn voor het behoud van de aldaar aanwezige cultuurhistorische waardevolle restanten. Bestemming, medebestemming en aanduiding sluiten de handhaving van de platanen ter plaatse niet uit. 2.
- Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten van de raad e.a. te worden veroordeeld. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen van de stichting en [appellant sub 3], is niet gebleken.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart de beroepen van de raad van de gemeente Leiden e.a. en de stichting "Stichting Arent van 's-Gravensande" voor zover gericht tegen artikel 30, lid 7, met als kopje RijnGouweLijn, van de voorschriften behorende bij het bestemmingsplan "Binnenstad II" gegrond; II. verklaart de beroepen van de stichting "Stichting Arent van 's-Gravensande " en [appellant sub 3] voor zover die betrekking hebben op het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" ter plaatse van de percelen aan de Dolhuissteeg 16 en het Vrouwenkerkhof 2 met betrekking tot de goothoogte en bouwhoogte aldaar gegrond; III. verklaart de beroepen van de stichting "Stichting Arent van 's-Gravensande " en [appellant sub 3] voor zover die betrekking hebben op het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg gegrond; IV. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 17 juli 2007, kenmerk PZH-2007-247126, voor zover daarbij: a. goedkeuring is onthouden aan artikel 30, lid 7, met als kopje RijnGouweLijn, van de voorschriften behorende bij het bestemmingsplan "Binnenstad II"; b. goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" ter plaatse van de percelen aan de Dolhuissteeg en het Vrouwenkerkhof; c. goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg; V. verleent goedkeuring aan artikel 30, lid 7, met als kopje RijnGouweLijn, van de voorschriften behorende bij het bestemmingsplan "Binnenstad II"; VI. onthoudt goedkeuring aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 5" dat betrekking heeft op de gronden binnen het bouwblok die zijn ingeklemd tussen Vrouwenkerkhof, Vrouwenkerkkoorstraat, Lange Mare, Dolhuissteeg en Vrouwenkerksteeg; VII. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt, voor zover het betreft de onder V. en VI. genoemde planonderdelen; VIII. verklaart de beroepen van de stichting "Stichting Arent van 's-Gravensande " en [appellant sub 3] voor het overige ongegrond; IX. veroordeelt het college van Zuid-Holland tot vergoeding van de bij de raad van de gemeente Leiden e.a. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleend rechtsbijstand; het dient door de provincie Zuid-Holland aan de raad e.a. onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald; X. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan de stichting "Stichting Arent van 's-Gravensande ", [appellant sub 3] en de raad van de gemeente Leiden e.a. het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht van respectievelijk € 285,00, € 143,00 en € 285,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat. w.g. Van Buuren w.g. Kegge Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008 224.