(2004)en de toekomstscenario’s (2010 en 2020)" van 11 januari 2006 en het aanvullende luchtkwaliteitsonderzoek van Stroop raadgevende ingenieurs, rapport "Toetsen zuidelijke ontsluitingsweg Meppel aan het Besluit luchtkwaliteit 2005" van 8 februari 2007 ten grondslag zijn gelegd. De luchtkwaliteitsonderzoeken zijn mede gebaseerd op het verkeersonderzoek. Anders dan [appellant] aanvoert, zijn in de luchtkwaliteitsonderzoeken de aanleg van de ontsluitingsweg en de bouw van de wijk Berggierslanden meegenomen. In het aanvullende onderzoek van Stroop raadgevende ingenieurs zijn de verkeersaantrekkende werking van de ontsluitingsweg en de daarmee samenhangende toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de ontsluitingsweg in zowel de situatie voor (nulsituatie) als de situatie na de aanleg ruimschoots voldoet aan de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit 2005 voor de jaren 2007-2010, 2015 en
- Niet aannemelijk is gemaakt dat de luchtkwaliteitsonderzoeken zodanige gebreken of leemten in kennis bevatten dat het college zich hierop in redelijkheid niet heeft kunnen baseren. In het kader van de toegepaste methodiek bestond geen noodzaak of aanleiding gebruik te maken van gemeten achtergrondconcentraties ter plaatse van het meetstation te Barsbeek, nog daargelaten dat dit station zich buiten de gemeente Meppel bevindt op een afstand van ongeveer 18 kilometer van de stad Meppel. 2.
- Wat betreft het betoog dat de ontsluitingsweg niet geschikt is voor vrachtverkeer, vanwege de ligging in de nabijheid van de woonwijken Berggierslanden en Koedijkslanden, wordt overwogen dat uit de gedane onderzoeken is gebleken dat de milieugevolgen van de ontsluitingsweg beperkt kunnen blijven door de aanleg van geluidswallen en -schermen. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat de belangen van om- en aanwonenden van de Randweg niet in de belangenafweging zijn betrokken. Daarbij is in aanmerking genomen dat de aanleg van de ontsluitingsweg met zich brengt dat de verkeerssituatie op de Randweg kan verbeteren, als gevolg van een herverdeling van de verkeersstromen en verkeersmaatregelen, zoals een 30 kilometer-zone, ter beperking van vrachtverkeer op de Randweg. 2.
- Ten aanzien van het betoog van [appellant] dat voor de aanleg van de ontsluitingsweg ten onrechte een vrijstellingsbesluit ingevolge artikel 19, tweede lid, van de WRO is genomen, overweegt de Afdeling dat dit besluit hier niet ter beoordeling staat. Overigens is het door [appellant] bij de rechtbank Assen tegen dit vrijstellingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard en is dit besluit thans onherroepelijk. 2.
- Wat betreft het betoog van [appellant] dat er alternatieven zijn voor de ontsluiting van de wijk Berggierslanden, overweegt de Afdeling, nog daargelaten de vraag of er in dit geval wel reële alternatieven zijn, dat het bestaan van alternatieven op zichzelf geen grond kan vormen voor het onthouden van goedkeuring aan het bestemmingsplan. Het karakter van de besluitvorming omtrent de goedkeuring brengt immers mee dat alternatieven daarbij in beginsel eerst aan de orde behoeven te komen indien blijkt van ernstige bezwaren tegen het voorgestane gebruik waarop het plan ziet. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze situatie zich in dit geval niet voordoet. 2.
- De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Bechinka voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2008 371-573.