(2022)niet boven de 50 dB(A). Het verlengen van het geluidscherm aan het einde van de afrit heeft een effect van 0,0 tot 0,3 dB(A). Het geringe effect wordt veroorzaakt omdat het deel van de afrit dat niet is afgeschermd nauwelijks bijdraagt aan het totale geluidniveau door het verkeer op de A
- Bij de kwalitatieve beoordeling van de geluidniveaus door alle wegen samen, is bij genoemde drie woningen aan de zijde richting het Zuideinde sprake van een slechte situatie. Dit is geen gevolg van de A10, de op- en afritten van de A10 of de Verlengde Stellingweg, maar van het verkeer op het Zuideinde. 2.10.
- Het betoog van [appellanten sub 2] dat er ten onrechte geen akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden ter hoogte van hun woningen faalt. Daargelaten de vraag of in dit geval op de minister ingevolge de Wgh een onderzoeksplicht rustte, heeft er akoestisch onderzoek plaatsgevonden en hieruit volgt dat de geluidhinder ter plaatse van deze woningen slechts voor een zeer klein deel is toe te rekenen aan de wijzigingen in de infrastructuur waarin het Tracébesluit voorziet. Voorts volgt uit het onderzoek, daargelaten dat de woningen niet binnen een geluidszone van een te wijzigen of aan te leggen hoofdweg staan, dat het treffen van extra geluidwerende voorzieningen ter plaatse niet doelmatig zal zijn. [appellanten sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit onderzoek zodanige gebreken of leemten in kennis vertoont dat de minister zich hierop niet had mogen baseren. 2.10.
- Het betoog van Milieudefensie en andere dat ten onrechte voor een te groot aantal woningen hogere waarden zijn vastgesteld en dat voor ernstige geluidhinder moet worden gevreesd, faalt. Daartoe wordt overwogen dat de minister om de doelmatigheid van het treffen van maatregelen te bepalen criteria heeft opgesteld en daarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van de geluidbelasting op de woningen, de aantallen woningen die van een scherm profiteren, de geluidreductie van het geluidscherm en de kosten. Niet is gebleken dat de minister deze doelmatigheidscriteria niet in redelijkheid heeft toegepast. Hij heeft zich op grond hiervan op het standpunt mogen stellen dat het treffen van maatregelen of verdergaande maatregelen bij bedoelde woningen uit tabel 4 van artikel 1.8 van het Tracébesluit, waaronder de woningen in de zogenoemde cluster 3 bij de Sloterdijkweg, ondoelmatig zal zijn en dat het vaststellen van hogere waarden is gerechtvaardigd. De minister heeft in redelijkheid voor voormelde woningen hogere waarden kunnen vaststellen en heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ernstige geluidhinder zich niet zal voordoen. Schade 2.
- Voor zover [appellanten sub 2] stellen schade te zullen ondervinden als gevolg van het Tracébesluit, overweegt de Afdeling dat niet is gebleken dat aan hun belangen onvoldoende gewicht is toegekend en dat ten aanzien van de eventuele schade niet in redelijkheid volstaan kon worden met een verwijzing naar de in artikel 1.16 van het Tracébesluit genoemde Regeling Nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat
- Conclusie 2.
- Uit het vorenstaande volgt dat de Afdeling in hetgeen Milieudefensie en andere en [appellanten sub 2] hebben aangevoerd geen aanleiding ziet voor het oordeel dat de minister het Tracébesluit ten onrechte heeft vastgesteld. De beroepen zijn ongegrond. Gelet hierop behoeven de beroepen, voor zover deze zijn gericht tegen het ongewijzigde Tracébesluit 2007, geen behandeling meer. Proceskosten 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat. w.g. Van Buuren w.g. Kegge voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2008 459.