200802983/1. Datum uitspraak: 14 januari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Venray, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 maart 2008 in zaak nr. 07/1729 in het geding tussen: [wederpartij] en het college van burgemeester en wethouders van Venray. 1. Procesverloop Bij besluit van 22 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van een woning op het perceel [locatie] te Venray (hierna: het perceel). Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 oktober 2007 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2008, hoger beroep ingesteld. [wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 december 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.H.J. Seelen, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen. [wederpartij] heeft bij brief van 17 oktober 2008 laten weten dat zij niet aanwezig zal zijn ter zitting. 2. Overwegingen 2.1. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding op de begane grond met een verblijfsruimte van 30 m². Ten tijde van het primaire besluit was het in strijd met het toen op het perceel van toepassing zijnde bestemmingsplan "Burggraaf". Het college heeft voor het bouwplan vrijstelling verleend krachtens artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO). Het college heeft zich in het besluit op bezwaar van 30 oktober 2007 op het standpunt gesteld dat het bouwplan ingevolge het inmiddels op het perceel van toepassing zijnde bestemmingsplan "Venray" (hierna: het bestemmingsplan) een bijgebouw is. Voorts heeft het gesteld dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat derhalve krachtens artikel 44 van de Woningwet bouwvergunning dient te worden verleend. Het college heeft het bezwaar van [wederpartij] tegen het besluit van 22 juli 2005 dan ook opnieuw ongegrond verklaard. 2.2. Het college betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat het bouwplan geen bijgebouw is, buiten de grenzen van het geschil is getreden, nu [wederpartij] de beroepsgrond die zag op bepalingen ten aanzien van bij- en hoofdgebouwen bij brief van 16 januari 2008 uitdrukkelijk heeft ingetrokken. 2.2.1. In de brief van 16 januari 2008 aan de rechtbank heeft [wederpartij] het volgende medegedeeld: "Hierbij wens ik de motivering van beroepsgrond 1 dat de aanbouw in strijd met het bestemmingsplan is te wijzigen. De strijdigheid volgt niet uit artikel 3.4.2, aanhef en sub a, maar uit de artikelen 3.1, 20.1 en met name 20.2 van de voorschriften." Ingevolge artikel 3.4.2, aanhef en onder a, van de voorschriften van het bestemmingsplan mogen, voor zover thans van belang, bijgebouwen in de subbestemmingen W(v), W(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.