200800493/1. Datum uitspraak: 4 februari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Benzinex B.V., gevestigd te Woerden, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 4 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) met toepassing van artikel 8.25 van de Wet milieubeheer de bij besluit van 10 november 1998 verleende milieuvergunning voor onder meer een tankstation op het adres H.R. Holstlaan 1 te Almelo ingetrokken, voor zover het betreft de exploitatie van een LPG-tankstation. Tevens is bij dit besluit de in november 2005 aangevraagde veranderingsvergunning geweigerd. Dit besluit is op 11 december 2007 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Benzinex B.V. (hierna: Benzinex B.V.) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 januari 2008, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 1 juli 2008. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 november 2008, waar Benzinex B.V., vertegenwoordigd door M. Blankestijn en F. Bink, en het college, vertegenwoordigd door R.G.H.M. Marsman, P. Klooster en J.L.M. Eskens, zijn verschenen. 2. Overwegingen Algemeen toetsingskader 2.1. Ingevolge artikel 8.8, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer neemt het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag in ieder geval in acht de voor hem geldende, krachtens artikel 8.45 gestelde regels. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: het Bevi) bevat dergelijke regels. Ingevolge artikel 8.9 van de Wet milieubeheer draagt het bevoegd gezag er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat er geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens deze wet. Het Besluit LPG-tankstations milieubeheer (hierna: het Besluit) bevat dergelijke regels. Ingevolge artikel 8.10, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Wet milieubeheer wordt de vergunning in ieder geval geweigerd indien verlening daarvan niet in overeenstemming zou zijn met hetgeen overeenkomstig artikel 8.8, derde lid, door het bevoegd gezag in acht moet worden genomen dan wel door verlening daarvan strijd zou ontstaan met regels als bedoeld in artikel 8.9. Ingevolge artikel 8.25, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer, voor zover van belang, kan het bevoegd gezag een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken indien de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en toepassing van artikel 8.23 redelijkerwijs daarvoor geen oplossing biedt. Betoog college en Benzinex B.V. 2.2. Het college is overgegaan tot gedeeltelijke intrekking van de vergunning van 10 november 1998, omdat de inrichting ontoelaatbare gevolgen voor het milieu zou veroorzaken. Het college wijst er in dit verband op dat niet wordt voldaan aan het afstandsvereiste van het LPG-vulpunt tot kwetsbare objecten van 25 meter. Het college heeft zich hierbij, zoals in het verweerschrift bevestigd, gebaseerd op artikel 17, tweede lid, van het Bevi, in samenhang met de Regeling externe veiligheid inrichtingen (hierna: de Revi). Verlening van de aangevraagde veranderingsvergunning biedt volgens het college geen oplossing. 2.3. Het betoog van Benzinex B.V. komt erop neer dat ten onrechte tot gedeeltelijke intrekking is overgegaan, nu tot een oplossing van het probleem kan worden gekomen door een verandering van de vergunning. Het college heeft de hiertoe door haar aangevraagde veranderingsvergunning ten onrechte geweigerd, aldus Benzinex B.V. In dit verband betoogt zij onder meer dat het niet nodig is een duurzame oplossing te vinden, zoals het college betoogt, maar een oplossing zodanig dat nu aan de grenswaarden uit het Bevi kan worden voldaan. Verder wijst zij erop dat reeds in 1976 een vergunning is verleend voor de exploitatie van een LPG-tankstation. Gelet hierop mag worden afgeweken van de afstanden uit het Besluit, aldus Benzinex B.V. Ten aanzien van het betoog van het college omtrent de opstelling van de tankauto en de aanwezigheid van ontstekingsbronnen voert zij aan dat wordt voldaan aan het Besluit en hiermee een toereikend beschermingsniveau wordt geboden. Omtrent het betoog van het college wat de aanwezige bluswatervoorziening aangaat, voert zij aan dat niet naar mogelijke oplossingen is gekeken. Ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu? 2.4. Ingevolge artikel 17, eerste lid, van het Bevi, in samenhang met artikel 15, eerste lid, onder b, van het Bevi, voor zover van belang, draagt het bevoegd gezag ervoor zorg dat, indien op het tijdstip van inwerkingtreding van het Bevi het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een LPG-tankstation waarvan de doorzet van LPG 1.500 m3 of meer per jaar bedraagt, hoger is dan 10-5 per jaar, binnen drie jaar na dat tijdstip het plaatsgebonden risico die grenswaarde niet meer overschrijdt. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van het Bevi, in samenhang met artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het Bevi en artikel 9, eerste lid, van de Revi en tabel 2 van bijlage 1 behorende bij de Revi, voor zover hier van belang, draagt het bevoegd gezag ervoor zorg dat, indien op het tijdstip van inwerkingtreding van het Bevi de afstand vanaf het vulpunt van een LPG-tankstation waarvan de doorzet van LPG minder dan 1.500 m3 per jaar bedraagt tot een kwetsbaar object kleiner is dan 25 meter, binnen drie jaar na dat tijdstip wordt voldaan aan de afstand van 25 meter. Ingevolge artikel 17, derde lid, van het Bevi, zijn het eerste en tweede lid van toepassing op een op het tijdstip van inwerkingtreding van het Bevi geprojecteerd kwetsbaar object, met dien verstande dat de termijn, genoemd in het eerste en tweede lid, aanvangt op het tijdstip waarop een voor dat object verleende vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet onherroepelijk is geworden. Het Bevi is op 27 oktober 2004 in werking getreden. 2.5. Het college is er bij de vraag of sprake is van een saneringssituatie als bedoeld in artikel 17 van het Bevi van uitgegaan dat het gaat om een tankstation met een doorzet van LPG van minder dan 1.500 m3 per jaar. Dit omdat de doorzet van LPG feitelijk gezien onder deze waarde zou liggen. De maximale doorzet is in de milieuvergunning niet expliciet gelimiteerd. Uit de milieuvergunning kan ook verder geen beperking van de doorzet tot 1.500 m3 worden afgeleid. Technisch maken de vergunde installaties een doorzet van 1.500 m3 of meer LPG per jaar mogelijk. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 29 april 2008 in zaak nr. 200708288/1) dient dan van de toepasselijkheid van artikel 17, eerste lid, van het Bevi uit te worden gegaan. Het deskundigenbericht vermeldt dat niet valt in te zien dat bij een onbepaalde - dus mogelijk hogere doorzet dan 1.500 m3 per jaar - sprake zal zijn van een lager plaatsgebonden risico dan bij een doorzet van maximaal 1.500 m3 per jaar, zodat, ook zonder nadere risico-analyse, kan worden gesteld dat sprake is van een urgente saneringssituatie. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit niet juist is. Zij acht het standpunt van het college dat het plaatsgebonden risico, veroorzaakt door de vergunde inrichting, hoger is dan 10-5 per jaar, niet onjuist. Het college heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de inrichting, voor zover het de exploitatie van het LPG-tankstation betreft, ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. Gedeeltelijke intrekking 2.6. Bij besluit van 26 maart 1976 is vergunning verleend voor de exploitatie van een LPG-tankstation. Bij besluit van 10 november 1998 zijn voorschriften ingetrokken en vervangen door andere voorschriften. Het college heeft blijkens de overwegingen bij het besluit beoogd de bij besluit van 26 maart 1976 verleende vergunning in te trekken. Blijkens het dictum van het bestreden besluit is echter de bij besluit van 10 november 1998 verleende vergunning - gedeeltelijk - ingetrokken. Nu het bestreden besluit niet strookt met hetgeen het college blijkens de overwegingen heeft beoogd, is dit besluit, voor zover het betreft de gedeeltelijke intrekking, in strijd met het algemene rechtsbeginsel dat een besluit zorgvuldig dient te worden genomen. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting overweegt de Afdeling nog dat in tegenstelling tot hetgeen het college stelt, met de inwerkingtreding van het Besluit de verleende vergunning voor de exploitatie van een LPG-tankstation niet is vervallen. Veranderingsvergunning * Algemeen 2.7. Het college is ervan uitgegaan dat de aanvraag om een veranderingsvergunning enkel betrekking heeft op het verplaatsen van het vulpunt en niet op het beperken van de doorzet van LPG tot 1.000 m3 per jaar. Hiertoe wijst het college erop dat het beperken van de doorzet in de aanvraag wordt genoemd onder het kopje 'Toekomstige ontwikkelingen' en dat de brief waar in dit verband naar wordt verwezen geen concreet verzoek inhoudt tot limitering van de doorzet van LPG. De Afdeling overweegt dat weliswaar onder het kopje 'Toekomstige ontwikkelingen' het beperken van de doorzet van LPG wordt vermeld. Echter ook onder het kopje 'Nadere gegevens/opmerkingen' wordt de beperking van de doorzet van LPG genoemd. Vermeld is hier het volgende: 'Tevens hebben wij per separate brief van onze leverancier LP GAS B.V. aangegeven dat onze LPG doorzet valt in categorie A, zijnde een doorzet tot 1000 m3 op jaarbasis.' Bovendien geldt ook voor de verplaatsing van het vulpunt dat hiervan melding wordt gemaakt onder het kopje 'Toekomstige ontwikkelingen' als ook onder het kopje 'Nadere gegevens/opmerkingen'. De aanvraag in onderlinge samenhang bezien begrijpt de Afdeling, anders dan het college, dat wordt aangevraagd het verplaatsen van het LPG-vulpunt over een afstand van drie meter en het beperken van de doorzet van LPG tot 1.000 m3 per jaar. 2.8. Na doorvoering van de gevraagde veranderingen kan aan het gestelde in artikel 17, eerste lid, van het Bevi worden voldaan. Voor zover het college, onder verwijzing naar de nabijgelegen garage en de bebouwing die op grond van het bestemmingsplan is toegestaan, stelt dat dit niet zo is, wijst de Afdeling erop dat artikel 17, eerste lid, van het Bevi enkel betrekking heeft op kwetsbare objecten en niet op beperkt kwetsbare objecten. Niet in geschil is dat de garage moet worden aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. Voor de zogenoemde geprojecteerd kwetsbare objecten waar het college op doelt, geldt nog geen onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, zodat het eerste lid, gezien artikel 17, derde lid, van het Bevi, op deze objecten niet van toepassing is. * Grenswaarden Bevi 2.9. Het college betoogt dat de gevraagde veranderingsvergunning niet kan worden verleend, omdat niet aan de grenswaarden uit het Bevi kan worden voldaan. 2.9.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bevi, voor zover van belang, is het Bevi van toepassing op de besluiten bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot een LPG-tankstation als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit. Ingevolge artikel 4, derde en vierde lid, van het Bevi, voor zover van belang, neemt het bevoegd gezag bij de beslissing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet milieubeheer, indien die aanvraag nadelige gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico, de grenswaarden, genoemd in de artikelen 7, eerste lid, en 24, eerste lid, in acht en houdt het rekening met de richtwaarde, genoemd in artikel 7, tweede lid. Ingevolge artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bevi, voor zover van belang, neemt het bevoegd gezag bij de beslissing op een aanvraag, in afwijking van het derde lid, de bij de Revi vastgestelde afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten in acht en houdt bij die beslissing, in afwijking van het vierde lid, rekening met de bij de Revi vastgestelde afstanden tot al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten, indien die aanvraag betrekking heeft op een LPG-tankstation als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, waarvan de doorzet van LPG minder dan 1.500 m3 per jaar bedraagt. 2.9.2. In tabel 1 van bijlage 1 behorende bij de Revi is, voor zover van belang, het volgende bepaald. Afstanden in meters tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, waarbij wordt voldaan aan de grenswaarde 10-6 per jaar, onderscheidenlijk de richtwaarde 10-6 per jaar. Doorzet (m3) per jaar Afstand (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.