(1999)' (hierna: Dommelvisie) dit gehele parkeerterrein is bedoeld voor versterking van de natuur langs de Dommel. De raad is haar toezegging dat een zone groenontwikkeling van 15 meter breed in het plan zal worden opgenomen niet nagekomen, aldus de werkgroep. In dit verband wijst de werkgroep erop dat het op basis van de planvoorschriften mogelijk is in voornoemde zone te bouwen. 2.9.
- Het college wijst erop dat artikel 32a.
- van de planvoorschriften gewijzigd is vastgesteld, in die zin dat het als "oever dommel" aangeduide deel van het terrein kan worden gewijzigd in de bestemming "Natuur". Voorts brengt het college naar voren dat het plan past binnen het inrichtingsplan "Dommel door Boxtel". 2.9.
- In de Dommelvisie is voor het gehele parkeerterrein aan de Prins Hendrikstraat de aanduiding "stimuleren Dommelnatuur" opgenomen. Aan het parkeerterrein aan de Prins Hendrikstraat is in het plan de bestemming "Verblijfsdoeleinden" met de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid" toegekend. Voor een deel van het terrein geldt voorts de aanduiding "oever Dommel". In de inspraakreactie is van gemeentezijde naar voren gebracht dat de functie van het terrein als parkeerterrein in eerste instantie zal worden voortgezet. Bij uitvoering van de wijzigingsbevoegdheid kan echter een eerste stap worden gezet in de realisatie van natuurontwikkeling aan de oever van de Dommel. Om dit te kunnen verwezenlijken is van gemeentezijde de intentie uitgesproken dat artikel 32a.
- van de planvoorschriften zal worden aangevuld, in die zin dat een zone van 15 meter moet worden vrijgehouden ten behoeve van groenontwikkeling. Ingevolge artikel 32a.
- van de planvoorschriften is het college van burgemeester en wethouders bevoegd ter plaatse van het perceel dat op de plankaart is aangeduid met "Wijzigingsbevoegdheid 3" de op de plankaart aangegeven bestemming te wijzigen in onder andere de bestemming "Natuur". De mogelijkheid de huidige bestemming te wijzigen in de bestemming "Natuur" is naar aanleiding van de inspraak van de werkgroep aan dit artikel toegevoegd. Voorts is naar aanleiding van deze inspraak in artikel 32a.
- van de planvoorschriften opgenomen dat nieuw op te richten hoofdgebouwen dienen te worden opgericht aan de zuidzijde van het gebied dat op de plankaart is aangeduid met "Wijzigingsbevoegdheid 3". De raad heeft derhalve beoogd de Dommelvisie te vertalen in het plan. Met betrekking tot het betoog van de werkgroep dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, overweegt de Afdeling dat de werkgroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat door of namens de raad de toezegging is gedaan dat het plan in de wijzigingsbevoegdheid van artikel 32a.
- van de planvoorschriften een zone van 15 meter breed voor natuurontwikkeling zal worden opgenomen. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de reactie op de inspraak een onderdeel vormt van het proces van besluitvorming dat uiteindelijk leidt tot het raadsbesluit. Aan deze gemeentelijke inspraakreactie kan geen toezegging worden ontleend. De raad heeft bij het ontbreken van een aan hem toe te rekenen toezegging, dan ook niet in strijd met het vertrouwensbeginsel besloten. Het college heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat het plan op dit punt niet in strijd met het vertrouwensbeginsel is vastgesteld. 2.
- De werkgroep betoogt voorts dat de garageboxen aan het Molenpad 9-11 in het plan ten onrechte zijn gelegaliseerd, nu de raad eerder heeft toegezegd deze garageboxen te zullen wegbestemmen. Door voor dit perceel een wijzigingsbevoegdheid op te nemen kan niet worden gezegd dat de garageboxen zijn wegbestemd, aldus de werkgroep. Voorts brengt de werkgroep naar voren dat gezien de kaart bij de plantoelichting voor een deel van deze locatie in de wijzigingsbevoegdheid aan een zone van 25 meter de bestemming "Natuur" dient te worden toegekend. 2.10.
- Het college heeft geen aanleiding gezien op dit punt goedkeuring aan het plan te onthouden en wijst erop dat in artikel 32a.10 van de planvoorschriften is bepaald dat indien het college van burgemeester en wethouders van de wijzigingsbevoegdheid gebruik maken, een strook van 15 meter breed met de bestemming "Natuur" vanaf de bestemmingsgrens met de bestemming "Water" dient te worden opgenomen. 2.10.
- Aan het perceel aan het Molenpad 9-11 is in het plan de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" met de aanduiding "garageboxen" opgenomen. De garageboxen worden in het plan derhalve gelegaliseerd. Ten aanzien van het betoog van de werkgroep dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, overweegt de Afdeling dat de werkgroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat door of namens de raad de toezegging is gedaan dat in het plan de garageboxen niet zouden worden toegelaten. De raad heeft bij het ontbreken van een aan hem toe te rekenen toezegging, dan ook niet in strijd met het vertrouwensbeginsel besloten. Het staat de raad in beginsel vrij bestemmingen aan te wijzen en voorschriften op te nemen die raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De werkgroep heeft niet aangegeven in welk opzicht de garageboxen ontoelaatbaar dienen te worden geacht. In hetgeen de werkgroep op dit punt naar voren heeft gebracht ziet de Afdeling derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat het college in zoverre goedkeuring aan het plan diende te onthouden. 2.10.
- Ten aanzien van het betoog van de werkgroep omtrent de in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen zone van 15 meter breed overweegt de Afdeling als volgt. Niet in geschil is dat indien het college van burgemeester en wethouders van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 32a.10 van de planvoorschriften gebruik maakt de bestemming "Natuur" op een strook van minimaal 15 meter breed vanaf de bestemmingsgrens met de bestemming "Water" dient te worden gelegd. In hetgeen de werkgroep op dit punt naar voren heeft gebracht ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat in de wijzigingsbevoegdheid aan een zone van maximaal 25 meter breed de bestemming "Natuur" dient te worden toegekend, dan wel dat een zone van 15 meter breed de natuurontwikkeling aan de oever van de Dommel onvoldoende zal waarborgen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan de plantoelichting geen juridisch bindende betekenis toekomt. 2.
- De conclusie is dat hetgeen de werkgroep heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond. 2.
- Het college dient ten aanzien van [appellanten sub 2] op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van de ondernemersvereniging en de werkgroep bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep van [appellanten sub 2] gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 26 februari 2008, kenmerk 1317793, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden -B-", gelegen aan de [locatie]; III. verklaart de beroepen van de vereniging MKB Ondernemersvereniging Boxtel en de stichting Werkgroep Natuur- en Landschapsbeheer Boxtel ongegrond; IV. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [appellanten sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 33,09 (zegge: drieëndertig euro en negen cent); het dient door de provincie Noord-Brabant aan [appellanten sub 2] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald; V. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan [appellanten sub 2] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, voorzitter, en mr. G.N. Roes en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat. w.g. Bartel w.g. Broekman voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2009 12-575.