(1999)Algemeen en Grenswaarden voor sportverlichting" van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (hierna: de richtlijn) als toetsingskader gehanteerd. In de richtlijn worden grenswaarden aanbevolen voor lichtemissie van een verlichtingsinstallatie voor sportaccommodaties ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een dag- en avondperiode, een nachtperiode en in vier soorten omgevingzones, te weten "E1 natuurgebied", "E2 landelijk gebied", "E3 stedelijk gebied" en "E4 stadscentrum/industriegebied". 2.
- Het dagelijks bestuur heeft het gebied aangemerkt als stedelijk gebied, ofwel zone E3, als bedoeld in de richtlijn. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit niet juist is. Nu de grenswaarden in het maatwerkvoorschrift overeenkomen met de in de richtlijn aanbevolen grenswaarden voor een stedelijk gebied in de dag- en avondperiode heeft het dagelijks bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het maatwerkvoorschrift een toereikend beschermingsniveau biedt wat lichthinder aangaat en het, anders dan [appellant] aanvoert, niet nodig is om grotere kappen voor te schrijven. De Afdeling overweegt nog dat, in tegenstelling tot wat [appellant] stelt, ingevolge het Activiteitenbesluit geen verbod geldt op directe lichtinstraling. 2.
- Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Van Hamond lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2009 446-590.