← Nederland

ECLI:NL:RVS:2009:BJ8277

200904722/2/M

  1. Datum uitspraak: 17 september 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 12 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor het uitbreiden van een veehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 29 mei 2009 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, beroep ingesteld. Bij deze brief hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft nadere stukken ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 september 2009, waar [verzoekers] in persoon en bijgestaan door ir. A.K.M. van Hoof, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.H. Nijland, ing. J.K. Kaal-Balt en ing. M.M. Buscher, zijn verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  5. [verzoekers] verzoeken de voorzitter het bestreden besluit te schorsen, omdat een groot aantal mensen ernstige geurhinder zal ondervinden wanneer [vergunninghouder] tot de vergunde uitbreiding van het aantal vleesvarkens van 1.317 tot 2.160 stuks zal overgaan. [verzoekers] hebben in het beroep onder meer gronden aangevoerd ten aanzien van stank, ammoniak en geluid. 2.2.
  6. De voorzitter overweegt dat deze procedure zich niet leent voor het beantwoorden van de door [verzoekers] opgeworpen complexe vragen, en dat het niet uitgesloten is dat het beroep van [verzoekers] zal slagen. Bovendien is het tijdens de zitting aannemelijk geworden dat het voor vergunninghouder niet van belang is de vergunde uitbreiding reeds op korte termijn te realiseren. 2.2.
  7. Onder deze omstandigheden ziet de voorzitter aanleiding, bij afweging van de betrokken belangen, om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit te schorsen in afwachting van de behandeling van het beroep in de bodemprocedure. 2.
  8. Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
  9. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen van 12 mei 2009, kenmerk I2005.5734; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 688,33 zegge: zeshonderdachtentachtig euro en drieëndertig cent), waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen aan [verzoekers] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat. w.g. Van Kreveld w.g. Van der Zijpp voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2009 262-632.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.