(1999)en heeft [verzoeker] waarschijnlijk ten onrechte geen meteocorrectie op zijn metingen toegepast. Uit de omstandigheid dat de hoogste pieken niet met enige regelmaat terugkeren, leidt het college, gelet op het feit dat motoren op het crossterrein rondjes rijden, af dat deze pieken waarschijnlijk niet door het crossterrein zijn veroorzaakt maar door stoorgeluiden. Het college wijst verder op het deskundigenbericht dat door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening is uitgebracht in zaak 200802036/1/M
- De deskundige concludeert volgens het college in dat deskundigenbericht dat de berekende geluidimmissieniveaus juist zijn. 2.3.
- De in voorschrift 2.2.1 ter plaatse van de woning van [verzoeker] op de [locatie] gestelde geluidgrenswaarde voor piekgeluiden van 63 dB(A) is gebaseerd op de uitkomsten van het akoestisch rapport van Royal Haskoning dat als bijlage 3 is gevoegd bij de aanvraag van de motorcrossclub van mei
- In het in de zaak 200802036/1/M1 door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenbericht is gesteld dat de in het rapport van Royal Haskoning in verband met de demping gekozen bodemfactor, gelet op het overwegend aanwezige bosgebied tussen crossterrein en de woningen van onder meer [verzoeker], alleszins redelijk is. Voorts is hierin vermeld dat gelet op de afstand van de woning van onder meer [verzoeker] tot de grens van de inrichting, kleine hoogteverschillen ter plaatse van het motorcrossterrein uiteindelijk weinig of geen effect hebben op het berekende geluidimmissieniveau. De voorzitter merkt voorts op dat uit de meetresultaten die door [verzoeker] als bijlage bij zijn verzoekschrift zijn gevoegd, niet valt af te leiden of de controle van de piekgeluidgrenswaarde van 63 dB(A) is geschied volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai
(1999), zoals voorschrift 2.4.2 van de bij het besluit van 17 juni 2009 verleende vergunning vereist. Reeds hierom kunnen uit deze meetresultaten geen conclusies worden getrokken omtrent de naleefbaarheid van de in voorschrift 2.2.1 ter plaatse van de woning de [locatie] gestelde piekgeluidgrenswaarde van 63 dB(A). Gezien het vorenstaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat deze geluidgrenswaarde niet zou kunnen worden nageleefd. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat ook in zoverre geen reden. 2.
- Voor zover [verzoeker] stelt dat voor de aarden geluidwal die ingevolge voorschrift 2.3.2 moet worden aangelegd, geen aanlegvergunning is verleend, overweegt de voorzitter dat dit aspect geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van het besluit van 17 juni
- 2.
- Gezien het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat. w.g. Brink w.g. Lap voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2009 288.