200900994/1/H
- Datum uitspraak: 4 november 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 22 december 2008 in zaak nr. 07/2805 in het geding tussen: appellant en de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden.
- Procesverloop Bij besluit van 27 september 2006 heeft de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden (hierna: de raad) geweigerd de aan [appellant] verleende voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve. Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 22 december 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de rechtbank ingekomen op 30 januari 2009, hoger beroep ingesteld. Op 4 februari 2009 heeft de rechtbank deze stukken ter behandeling doorgezonden aan de Afdeling. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 oktober 2009, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door zijn [zoon], en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. Hamer, medewerker unit kwaliteit bij de raad, zijn verschenen.
- Overwegingen 2.
- Ingevolge artikel 6:11 blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 2.
- Niet in geschil is dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de raad het door hem gemaakte bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest, nu hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn voormalige gemachtigde namens hem tijdig bezwaar zou maken en de voorwaardelijke toevoeging, alsmede de weigering van de definitieve, ten onrechte op naam waren gesteld van zijn zoon. 2.2.
- Dat betoog faalt. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen komen de gevolgen van mogelijke nalatigheden van een gemachtigde voor rekening van de vertegenwoordigde. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de enkele omstandigheid dat op de voorwaardelijke toevoeging alsmede de weigering van de definitieve de geboortedatum van [zoon] is vermeld geen aanleiding geeft om aan te nemen dat [appellant] niet heeft begrepen dat deze besluiten aan hem waren gericht. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat. w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Meurs-Heuvel lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009 47-616.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.