200903671/1/H1. Datum uitspraak: 16 december 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 17 april 2009 in zaak nr. 08/2492 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Montfoort. 1. Procesverloop Bij besluit van 1 november 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montfoort (hierna: het college) een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de buitenopslag van goederen op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) afgewezen. Bij besluit van 2 december 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 april 2009, verzonden op 20 april 2009, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 16 juni 2009. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft een nader stuk ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door A. den Braven, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord [bedrijf] B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], werkzaam bij Bureau IMA, en [gemachtigde]. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied" is het verboden de gronden vóór de voorgevellijn van hoofdgebouwen te gebruiken voor opslag, met dien verstande dat te allen tijde de afstand van opslagactiviteiten tot aan de weg ten minste 10,00 m dient te bedragen en het verboden is de gronden te gebruiken ten behoeve van opslag met een hoogte van meer dan 4,00 m. Ingevolge artikel 34 van de planvoorschriften mag het gebruik van gronden en bouwwerken dat afwijkt van het plan op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt worden voortgezet of gewijzigd mits daardoor de bestaande afwijkingen van het plan naar aard en/of intensiteit niet worden vergroot. 2.2. [bedrijf] B.V. gebruikt een deel van het perceel voor de opslag van goederen. Vaststaat dat dit gebruik in strijd is met artikel 33, vijfde lid, van de planvoorschriften. Het is niet aannemelijk geworden dat dit gebruik, zoals het college naar voren heeft gebracht, valt onder het overgangsrecht, nu niet is komen vast te staan dat het gebruik dat van het betreffende perceelsgedeelte werd gemaakt ten tijde van het verkrijgen van rechtskracht van het bestemmingsplan "Buitengebied" naar aard en/of intensiteit gelijk is aan het onderhavige gebruik. Het college was dan ook bevoegd om handhavend op te treden tegen dit gebruik. 2.3. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. 2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen, dat ten tijde van het besluit op bezwaar sprake was van concreet zicht op legalisatie en dat het college om die reden in redelijkheid heeft kunnen afzien van handhavend optreden. 2.4.1. Het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 1e herziening" van 28 februari 2008 is op 4 juni 2008 ter inzage gelegd. In dit ontwerp was het woord "voorgevellijn" in artikel 33, vijfde lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied" vervangen door "voorgevelrooilijn" en werd dit gedefinieerd als: "De op de plankaart als zodanig aangewezen lijn die, in combinatie met de rechte lijnen die daaruit zijn te trekken, bij het bouwen aan de zijde van de weg (voorgevel) niet mag worden overschreden". Naar aanleiding van de daartegen door [appellant] ingediende zienswijze heeft het college aan de gemeenteraad voorgesteld om bij weerlegging van de zienswijzen de voorzijde van het perceel van [bedrijf], gelegen achter de woningen [locaties], de nadere bestemming "opslag toegestaan" te geven door het opnemen van een nadere aanwijzing "(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.