← Nederland

ECLI:NL:RVS:2009:BK8352

200908229/2/M

  1. Datum uitspraak: 29 december 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], allen wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 24 september 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe (hierna: het college) aan de [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een pluimveehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 30 september 2009 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 oktober 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 11 november
  3. Bij eerstgenoemde brief hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 december 2009, waar [verzoekers], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door J.W. Trof, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
  4. Overwegingen 2.
  5. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  6. Het college stelt dat het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen, omdat er geen spoedeisend belang aanwezig is. 2.2.
  7. De bij het bestreden besluit verleende revisievergunning heeft betrekking op een pluimveehouderij. Ten behoeve van deze activiteit wordt naast de bestaande stal op het terrein van de inrichting een nieuw te bouwen stal geplaatst. Voor deze verandering is een bouwvergunning vereist. 2.2.
  8. In artikel 20.8 van de Wet milieubeheer is, voor zover hier van belang, bepaald dat een besluit als hier aan de orde - waarin de vergunning betrekking heeft op het veranderen van een inrichting, welke verandering tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet - niet eerder in werking treedt dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend. 2.2.
  9. Vast staat dat de vereiste bouwvergunning nog niet is aangevraagd. Ter zitting is gebleken dat de aanvraag om bouwvergunning zal worden ingediend, nadat de bij het bestreden besluit verleende milieuvergunning onherroepelijk is geworden. Nu het bestreden besluit ingevolge artikel 20.8 van de Wet milieubeheer eerst in werking treedt nadat de bouwvergunning is verleend, is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid. 2.
  10. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  12. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Kalter voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 29 december 2009 492.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.