← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BK8998

200900862/1/M

  1. Datum uitspraak: 13 januari 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het dagelijks bestuur van het waterschap Fryslân, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 28 november 2008 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Fryslân (hierna: het dagelijks bestuur), voor zover van belang, aan de naamloze vennootschap Afvalsturing Friesland N.V. (hierna: Omrin) een vergunning verleend als bedoeld in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het lozen van water afkomstig van haar toekomstige inrichting aan de Lange Lijnbaan 14 te Harlingen via het gemeentelijk rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Harlingen op het Harinxmakanaal. Dit besluit is op 19 december 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 januari 2009, beroep ingesteld. Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. [appellant] heeft zijn zienswijzen daarop naar voren gebracht. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 oktober 2009, waar [appellant], in persoon, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door T. Slof, M. Baarda en A. Roedema, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Omrin, vertegenwoordigd door mr. H.M. Giezen, advocaat te Amsterdam, ir. J.W.G. Vernooy en ing. S. Bosch, als partij gehoord.
  3. Overwegingen 2.
  4. Ingevolge artikel 20.1, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.
  5. Zowel de afstand van de woning van [appellant] tot de inrichting van waaruit op het gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd als de afstand van deze woning tot het punt van waaruit op het Harinxmakanaal wordt geloosd, bedraagt ongeveer negen tot tien kilometer. De Afdeling acht het aannemelijk dat de vergunde lozing geen milieugevolgen heeft of kan hebben ter plaatse van de woning van [appellant]. Derhalve wordt het leefmilieu van [appellant] niet rechtstreeks door de lozing beïnvloed. Gelet hierop zijn de belangen van [appellant] niet rechtstreeks betrokken bij het bestreden besluit en is hij derhalve geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 2.
  6. Voor zover [appellant] aanvoert dat beroep is ingesteld namens de stichting Stichting Afvaloven Nee, overweegt de Afdeling dat hier in het beroepschrift geen blijk van wordt gegeven. De verklaring hieromtrent die bij brief van 2 oktober 2009 is verzonden en de eerst ter zitting overgelegde machtiging van het bestuur van Stichting Afvaloven Nee, zijn in dit verband te laat. 2.
  7. Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  9. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat. w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van Hamond voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010 446-288.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.