(4020)" (hierna: het bestemmingsplan) rusten op het perceel de bestemmingen "Verblijfsdoeleinden" en "Groenvoorzieningen". Ingevolge artikel 9, onder A, van de planvoorschriften zijn de op de plankaart voort "Verblijfsdoeleinden" aangewezen gronden bestemd voor, voor zover thans van belang, speelvoorzieningen. Ingevolge artikel 12, onder A, zijn de op de plankaart voor "Groenvoorzieningen" aangewezen gronden bestemd voor, voor zover thans van belang, speelvoorzieningen. Ingevolge artikel 16, onder A, is het verboden de in het bestemmingsplan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming(en). 2.3.
- De betekenis van het begrip "speelvoorziening" is in het bestemmingsplan niet omschreven, zodat voor de uitleg van dit begrip aansluiting moet worden gezocht bij de betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt gegeven. Zoals de voorzieningenrechter met juistheid heeft overwogen, dient volgens het normale spraakgebruik onder een speelvoorziening onder meer te worden verstaan: een voetbal- en basketbalveldje, een speeltuin en ook een jeu de boulesbaan. Anders dan [appellant] betoogt, bestaat geen grond voor het oordeel dat een speelvoorziening als bedoeld in artikel 12, onder A, van de planvoorschriften is beperkt tot een voorziening voor kinderen. Nu het gebruik van het perceel als jeu de boulesbaan niet in strijd is met de op het perceel rustende bestemmingen, heeft de voorzieningenrechter met juistheid overwogen dat het college terecht heeft geweigerd handhavend op te treden. Het betoog faalt. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, voor zover deze nog aan het oordeel van de Afdeling onderworpen is, te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van Staat. w.g. Offers w.g. Graaff-Haasnoot voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2010 531.