200904692/1/H
- Datum uitspraak: 31 maart 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellanten] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 7 mei 2009 in zaak nr. 08/1072 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders Oost Gelre.
- Procesverloop Bij besluit van 22 mei 2008 heeft het college aan [vergunninghouder] vrijstelling verleend ten behoeve van het exploiteren van een horecagelegenheid in de bestaande kampeerboerderij aan de [locatie] te [plaats]. Bij uitspraak van 7 mei 2009, verzonden op 19 mei 2009, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 juli
- Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak gezamenlijk met zaak nr. 200901550/1/R2 ter zitting behandeld op 23 maart 2010, waar het college, vertegenwoordigd door drs. ing. H. Luesink en M.H.J. Reintjes, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting vergunninghouder als partij gehoord.
- Overwegingen 2.
- Aan de vrijstelling is het bij besluit van 8 juli 2008 door de raad van de gemeente Oost Gelre vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 1998, herziening 33, [bedrijf]" (hierna: het bestemmingsplan) als ruimtelijke onderbouwing ten grondslag gelegd. Het bestemmingsplan is bij besluit van 23 januari 2009 door het college van gedeputeerde staten van Gelderland goedgekeurd. Bij uitspraak van heden, in zaak nr. 200901550/1/R2, heeft de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologische kader voor de ontwikkeling van het perceel, waarop de vrijstelling betrekking heeft en is de titel voor de ruimtelijke ingreep waartegen [appellant] zich richt. Thans is het gebruik van de bestaande kampeerboerderij als horecagelegenheid op grond van het bestemmingsplan toegestaan zonder dat daarvoor een planologische vrijstelling nodig is. Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak en de verleende vrijstelling kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat het procesbelang bij beoordeling van de aangevallen uitspraak en dat besluit is vervallen. 2.
- Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat. w.g. Bartel w.g. Wijers voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2010 444
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.