200903363/3/R
- Datum uitspraak: 2 april 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van: de raad van de gemeente Doetinchem (hierna: de raad), verzoeker, om opheffing (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 14 oktober 2009, in zaak nr. 200903363/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:
- [wederpartij sub 1] en anderen, wonend te Doetinchem,
- [wederpartij sub 2] en anderen, wonend te Doetinchem,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hadeco Doetinchem B.V. en anderen, gevestigd te Doetinchem, en verzoeker.
- Procesverloop Bij uitspraak van 14 oktober 2009 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 19 maart 2009 geschorst, voor zover het betreft de op de bij die uitspraak behorende kaarten gemarkeerde plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Verkeer". Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 februari 2010, heeft de raad de voorzitter verzocht de voorlopige voorziening deels op te heffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 maart 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, G.H. Nieuwenhuis en W.V.J.M. Beijer, beide werkzaam bij de gemeente Doetinchem, [wederpartij sub 1] en anderen, vertegenwoordigd door [wederpartij sub 1], [wederpartij sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en Hadeco en anderen, vertegenwoordigd door mr. F.G. van Dam, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.
- Overwegingen 2.
- De raad heeft verzocht om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening voor zover die betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Verkeer", zoals aangegeven op een bij het verzoek behorende kaart. In dit kader voert de raad aan dat het van groot belang is dat op zeer korte termijn een aanvang kan worden gemaakt met de aanleg van de Ruimzichtlaan, zodat deze gereed is op het moment van openstelling van de nieuwe schouwburg waarin met ingang van september 2010 de eerste voorstellingen zijn gepland. Aan die openstelling is de ingebruikname van de parkeergarage gekoppeld, die toegankelijk zal zijn via de Hofstraat. Het belang van de openstelling van de Ruimzichtlaan ligt in eerste instantie in het ontlasten van de Hofstraat in verband met de bestaande fijnstofproblematiek in die straat. Voorts is een spoedige aanleg van belang in verband met de ingebruikname op korte termijn van de nieuwe basisschool, waarvan de ontsluiting zal plaatsvinden via de Ruimzichtlaan. De raad stelt dat met de door hem verrichte nieuwe onderzoeken en nadere berekeningen de door de voorzitter geconstateerde gebreken wat betreft de aspecten geluid en luchtkwaliteit zijn weggenomen. 2.1.
- De voorzitter heeft de voorlopige voorziening getroffen gelet op, kort gezegd, onjuiste en onvolledige uitgangspunten in zowel het luchtkwaliteitsonderzoek als het verrichtte aanvullende akoestisch onderzoek en het ontbreken van inzichtelijk onderzoek naar de effecten van het te gebruiken stil asfalt, de cumulatieve geluidsbelasting van de Ruimzichtlaan en kruisende en parallel lopende wegen en de geluidsbelasting van het parkeerterrein. 2.1.
- [wederpartij sub 1] en anderen, [wederpartij sub 2] en anderen en Hadeco en anderen hebben de nieuw uitgebrachte rapporten gemotiveerd bestreden en hebben erop gewezen dat het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak op korte termijn te verwachten is. Hadeco en anderen hebben verder betoogd dat opheffing van de schorsing in strijd met een goede procesorde zou zijn, nu het hier om omvangrijke rapporten gaat, die zij eerst zeer recentelijk hebben ontvangen en inwilliging van het verzoek hun de gelegenheid ontneemt een tegenrapportage uit te brengen. 2.1.
- De voorzitter overweegt dat de beoordeling van de door de raad overgelegde rapporten en nadere berekeningen, mede gelet op hetgeen [wederpartij sub 1] en anderen, [wederpartij sub 2] en anderen en Hadeco en anderen daartegen hebben ingebracht, zich niet leent voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Deze onderzoeken dienen door de Afdeling in de bodemprocedure te worden beoordeeld. Gelet hierop ziet de voorzitter in deze onderzoeken geen aanleiding thans de getroffen voorlopige voorziening voor zover die betrekking heeft op het voornoemde plandeel met de bestemming "Verkeer" op te heffen. Hierbij betrekt de voorzitter dat met betrekking tot de gestelde belangen aan de zijde van de gemeente is gebleken dat uit het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende luchtkwaliteitsonderzoek volgt, hetgeen ter zitting door de raad is bevestigd, dat ter plaatse van de Hofstraat ruimschoots wordt voldaan aan de voor de concentratie zwevende deeltjes (PM 10) geldende grenswaarden en dat voor de nieuw in gebruik te nemen school een tijdelijke, alternatieve ontsluiting mogelijk is. 2.1.
- Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van Staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Gerkema voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2010 559.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.