← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BM0207

200905370/1/H

  1. Datum uitspraak: 7 april 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 12 juni 2009 in zaak nr. 08/869 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Liesveld.
  2. Procesverloop Bij besluit van 27 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Liesveld (hierna: het college) aan de gemeente Liesveld vrijstelling verleend voor het uitbreiden van de begraafplaats te Langerak (hierna: de begraafplaats). Bij besluit van 24 juni 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2009, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank Dordrecht (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 24 juni 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2009, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft aanvullende stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 maart 2010, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. P.M.D. Weijers, advocaat te Alblasserdam, en J.A. de Bus, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. De vrijstelling ziet op de uitbreiding van de begraafplaats in Langerak. Op 19 mei 2009 heeft de raad van de gemeente Liesveld het bestemmingsplan "Buitengebied Langerak eerste herziening" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Het onderhavige project is daarmee in overeenstemming. Bij uitspraak van 27 november 2009, in zaak nr. 200906256/2 (www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling het tegen het besluit omtrent vaststelling van dat bestemmingsplan ingestelde beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee is het bestemmingsplan in rechte onaantastbaar geworden. Anders dan [appellant] betoogt, verzet geen rechtsregel zich ertegen dat een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht, voordat een verleende vrijstelling in rechte onaantastbaar is. Indien het hoger beroep van [appellant] gegrond zou worden verklaard, zou het college bij het nemen van een nieuw besluit op het bezwaar aan het bestemmingsplan moeten toetsen. Aangezien de uitbreiding van de begraafplaats daarmee in overeenstemming is, zou verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan niet meer nodig zijn. Daarom bestaat thans, overeenkomstig vaste rechtspraak van de Afdeling (zie de uitspraken van 19 december 2007 in zaak nr. 200702348/1 en 12 maart 2008 in zaken nummers 200703638/1 en 200703800/1), geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak en de verleende vrijstelling. 2.
  5. Het hoger beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk. 2.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  7. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat. w.g. Polak w.g. Van Heusden voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010 163-627.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.