(2002)1797fin) heeft de Europese Commissie geoordeeld dat sprake is van een steunmaatregel in de zin van artikel 87, eerste lid, van het EG-Verdrag, thans artikel 107 van het VWEU. Zij heeft evenwel de steunmaatregel op grond van artikel 87, derde lid, aanhef en onder c, van het EG-Verdrag verenigbaar geacht met de gemeenschappelijke markt - omdat is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu - en de steunmaatregel voor tien jaar goedgekeurd. De Europese Commissie heeft de Nederlandse autoriteiten verzocht jaarlijks verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de steun en bepaald dat veranderingen in de voorwaarden waaronder de steun wordt verleend, vooraf moeten worden gemeld. Ter zitting bij de Afdeling heeft het dagelijks bestuur te kennen gegeven dat geen overleg heeft plaatsgevonden met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat noch met de Europese Commissie over een eventueel te verstrekken subsidie gedurende het resterende deel van de redelijke termijn als hiervoor bedoeld. Gelet daarop zal de Afdeling zelfstandig beoordelen of het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat verlening van die subsidie niet met het Unierecht verenigbaar is. 2.6.
- Het dagelijks bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van staatssteun, omdat, naar zij ter zitting nader heeft toegelicht, gelet op de verwachte toename van de afvalwaterproductie tot 40.000 vervuilingseenheden, X-Flow in 2008 niet meer voldoet aan de eisen die de Circulaire stelt, aangezien X-Flow bij die omvang van de afvalwaterproductie niet meer in staat is om op korte termijn met behulp van een mobiele zuiveringsinstallatie haar eigen afvalwater te zuiveren en derhalve niet meer het risico bestaat dat zij afhaakt. De Afdeling volgt het dagelijks bestuur daarin niet. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de Europese Commissie in de beschikking van 17 juli 2002 in algemene zin de anti-afhaaksubsidie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar heeft geacht. Uit die beschikking volgt niet dat een gedurende het resterende deel van de redelijke termijn verleende subsidie, zonder meer onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. Onder de reikwijdte van de beschikking vallen evenwel alleen subsidies die overeenkomstig de Circulaire worden verleend. De Circulaire stelt onder meer als eis stelt dat het bedrijf dat subsidie wenst te ontvangen aantoont dat het in staat is zelf zijn afvalwater te zuiveren, aangezien alleen dan een reële kans bestaat dat het bedrijf afhaakt. Anders dan het dagelijks bestuur ter zitting heeft gesteld, is niet vereist dat het afvalwater op korte termijn en met behulp van een mobiele zuiveringsinstallatie kan worden gezuiverd. X-Flow heeft ter zitting - door het dagelijks bestuur onbestreden - uiteengezet dat, nog daargelaten dat de afvalwaterproductie in 2008 in werkelijkheid 31.172 vervuilingseenheden bedroeg, zij in staat is binnen achttien maanden een eigen zuiveringsinstallatie te bouwen die voldoende capaciteit heeft om 40.000 vervuilingseenheden te zuiveren. Gelet daarop is niet aannemelijk geworden dat X-Flow in 2008 niet meer zou voldoen aan de in de Circulaire gestelde vereisten voor subsidieverlening en subsidiëring voor dat jaar niet meer onder de door de Europese Commissie verleende goedkeuring zou vallen en bestaat voor het oordeel dat het verlenen van subsidie voor het resterende deel van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:51, tweede lid, van de Awb ongeoorloofde staatssteun oplevert, geen grond. 2.6.
- Gelet op het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat het dagelijks bestuur bij de beëindiging van de subsidierelatie ten onrechte geen redelijke termijn in acht heeft genomen en gedurende het resterende deel van die termijn geen subsidie als bedoeld in artikel 4:51, tweede lid, van de Awb heeft verleend. Het betoog slaagt. 2.
- Het door X-Flow bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit van 1 juli 2008 is gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd, voor zover daarbij het bezwaar tegen het niet in acht nemen van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb en het niet verlenen van een subsidie gedurende het resterende deel van die termijn, ongegrond is verklaard. De Afdeling zal, zelf in de zaak voorziend, het door X-Flow tegen het besluit van 20 november 2007 gemaakte bezwaar in zoverre gegrond verklaren en dat besluit in zoverre herroepen. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding te bepalen dat X-Flow in aanmerking komt voor een subsidie gedurende een periode van achttien maanden, vanaf 20 november 2007 en te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit. 2.
- Het dagelijks bestuur dient ten aanzien van X-Flow op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart de hoger beroepen gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Almelo van 21 oktober 2009 in zaak nr. 08/772; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het waterschap Regge en Dinkel van 1 juli 2008, kenmerk 08.15670, voor zover daarbij het bezwaar tegen het niet in acht nemen van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb en het niet verlenen van een subsidie gedurende het resterende deel van die termijn, ongegrond is verklaard; V. herroept het besluit van 20 november 2007, kenmerk 07.11411, in zoverre; VI. bepaalt dat X-Flow in aanmerking komt voor subsidie gedurende een periode van achttien maanden, te rekenen vanaf 20 november 2007; VII. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit; VIII. veroordeelt het dagelijks bestuur van het waterschap Regge en Dinkel tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X-Flow B.V. in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.855,20 (zegge: achttienhonderdvijfenvijftig euro en twintig eurocent), waarvan € 981,20 (zegge: negenhonderdeenentachtig euro en twintig eurocent) voor het beroep en € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro) voor het hoger beroep; IX. gelast dat het dagelijks bestuur van het waterschap Regge en Dinkel aan X-Flow het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 735,00 (zegge zevenhonderdvijfendertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Wieland voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2010 502.