201000395/1/M
- Datum uitspraak: 15 september 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen:
- [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],
- [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],
- [appellant sub 3], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 24 november 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een agrarisch bedrijf met fok- en vleesvarkens aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 3 december 2009 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2010, [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2010, en [appellant sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2010, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 augustus 2010, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] in persoon, en het college, vertegenwoordigd door M. Hendrix, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Verder is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. drs. R. Lagerweij, als partij gehoord.
- Overwegingen 2.
- Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van deze wet beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.
- Wanneer krachtens de Wet milieubeheer een vergunning voor het oprichten en het in werking hebben van een inrichting of een zogenoemde revisievergunning wordt verleend, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van deze inrichting kunnen worden ondervonden belanghebbenden. 2.
- Bij het bestreden besluit is vergunning verleend voor het houden van 1.999 vleesvarkens, 2.688 gespeende biggen, 192 kraamzeugen, 556 guste en dragende zeugen en 5 dekberen. 2.
- Gebleken is dat de afstand van de inrichting tot de woning van [appellant sub 3] meer dan 1.500 m en tot de woningen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] meer dan 900 m bedraagt. Gelet op deze afstanden en op de aard en omvang van de inrichting is het niet aannemelijk dat zij ter plaatse van hun woningen milieugevolgen van de inrichting kunnen ondervinden. [appellant sub 3], [appellant sub 1] en [appellant sub 2] kunnen daarom niet als belanghebbenden bij het bestreden besluit worden aangemerkt. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Van der Maesen de Sombreff voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010 190-596.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.