← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BN7009

201002333/1/H

  1. Datum uitspraak: 15 september 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker.
  2. Procesverloop Bij uitspraak van 24 februari 2010, in zaak nr. 200905578/1/H1, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2009 in de zaken nrs. 08/1906 en 08/3358 ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 maart 2010, heeft [verzoeker] de Afdeling verzocht het feitencomplex van die uitspraak te herstellen. De gronden van het verzoek zijn aangevuld bij brief van 10 maart
  3. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 september 2010, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. X. Wentink-Quelle, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, en de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp, vertegenwoordigd door mr. G.E.A.R. Kuppens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
  4. Overwegingen 2.
  5. [verzoeker] voert aan dat de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2010 is gebaseerd op een verkeerd en onvolledig feitencomplex en de gemeente volstrekt geen belang heeft bij het weigeren van de gevraagde vrijstelling, aangezien de door de gemeenteraad aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegde beleid- en regelgeving niet overeenstemmen met de feitelijke en deels bestemde situatie van het betrokken gebied. In het gebied hebben zich diverse ontwikkelingen en activiteiten voorgedaan die als gebiedsvreemd zijn aan te merken. Zijn recreatiewoning is hierin slechts een onderschikt detail, aldus [verzoeker]. 2.
  6. Het verzoek van [verzoeker] is niet gericht op herziening als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. [verzoeker] heeft in zijn brief van 10 maart 2010 ook aangegeven dat nova ontbreken die voor herziening in aanmerking zouden kunnen komen. Het betoog van [verzoeker] komt er opneer dat hij het niet eens is met de uitspraak van de Afdeling van 24 februari
  7. 2.
  8. In het door [verzoeker] aangevoerde kan geen aanleiding worden gevonden voor vervallenverklaring of rectificatie van de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2010, omdat daarvan alleen sprake kan zijn in het zich hier niet voordoende geval van een kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving. Met het verzoek kan evenmin worden bereikt dat, zoals [verzoeker] beoogt, de Afdeling tot heroverweging van haar uitspraak van 24 februari 2010 komt, noch dat het debat wordt heropend. 2.
  9. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen. 2.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  11. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat. w.g. Offers w.g. Boot lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010 202.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.