← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BN7928

201005344/2/R

  1. Datum uitspraak: 17 september 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en de raad van de gemeente Valkenswaard, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 10 maart 2010, kenmerk 10raad00036, heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 1998, 2e partiële herziening" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juni 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 september 2010, waar [verzoekers], van wie [een van de verzoekers] in persoon en bijgestaan door M.G.J. Koenen, werkzaam bij Martin Koenen adviesbureau, en de raad, vertegenwoordigd door mr. H.G.W. van Heugten, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  5. Het plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied 1998". In het plan is aan het plandeel dat ziet op het perceel aan de [locatie], kadastraal bekend gemeente Valkenswaard, sectie […], nummer […], de hoofdbestemming "Groene Hoofdstructuur, multifunctioneel bosgebied" en de detailbestemming "landschapselementen" toegekend. Op het perceel staan een recreatiewoning en een terreinafscheiding. Het bestemmingsplan voorziet niet in een bestemming voor deze bouwwerken. 2.
  6. [verzoekers] betogen dat zij op grond van het overgangsrecht van de voorheen geldende bestemmingsplannen een aanspraak op een bestemming voor hun recreatiewoning en terreinafscheiding hebben. Naar zij ter zitting hebben gesteld, beogen [verzoekers] met hun verzoek te bereiken dat de voorzitter deze aanspraak uitdrukkelijk erkent. 2.3.
  7. Een voorlopige voorziening die de legalisering van voornoemde bouwwerken mogelijk maakt is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure, gelet op de aard van de toetsing in deze procedure, alleen in uitzonderlijke omstandigheden zal strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een bestemming als door [verzoekers] beoogd. Verder heeft de raad ter zitting uitdrukkelijk toegezegd dat niet handhavend tegen de bouwwerken zal worden opgetreden, alvorens uitspraak op het beroep van [verzoekers] is gedaan. Gezien het voorgaande zijn niet zodanig urgente belangen in het geding dat de behandeling van het geding in de bodemprocedure in redelijkheid niet kan worden afgewacht. 2.
  8. Gezien het voorgaande ontbreekt de voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste onverwijlde spoed. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek van [verzoekers] om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  10. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van staat. w.g. Hoekstra w.g. Lap voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2010 288-589.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.