← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BN8560

200910012/1/R

  1. Datum uitspraak: 29 september 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen:
  2. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],
  3. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats], en de raad van de gemeente Huizen, verweerder.
  4. Procesverloop Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Raadhuisstraat-Voorbaan" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, na doorzending bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2009, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2009, beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 25 januari
  5. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant sub 2] heeft nadere stukken ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 september 2010, waar [appellant sub 1], in persoon en bijgestaan door H. den Dulk, accountant, [appellant sub 2], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door H.J. Brasser, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
  6. Overwegingen 2.
  7. Het bestemmingsplan beoogt voor het betrokken centraal gelegen deel van het hoofdwinkelcentrum tot een flexibele bestemmingsregeling ten behoeve van de gewenste ontwikkeling te komen door onder andere een globale aanduiding van de bebouwingsgrens voor het perceel Havenstraat
  8. Tevens beoogt het plan in te spelen op de bestaande dorpsstructuur door een vastlegging van toegelaten nokhoogten en voorwaarden voor kapvormen en karakter. 2.
  9. Het beroep van [appellant sub 1] is, zoals ter zitting door haar is toegelicht, uitsluitend gericht tegen de bouwmogelijkheden voor de westelijke zijde van het perceel Havenstraat
  10. Het beroep steunt niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening gelezen in samenhang met artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, planregels of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan bij de raad naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen zienswijze naar voren heeft gebracht. Gesteld noch gebleken is dat [appellant sub 1] redelijkerwijs niet in staat is geweest ter zake een zienswijze naar voren te brengen. Weliswaar zijn de bouwmogelijkheden aan de westelijke zijde van het perceel Havenstraat 4 bij de vaststelling van het plan ten opzichte van het ontwerp gewijzigd, maar [appellant sub 1] is, zoals ook door haar ter zitting is erkend, door deze gewijzigde vaststelling niet in een nadeligere positie gebracht. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk. 2.
  11. [appellant sub 2] komt in zijn beroepschrift op tegen de bouwmogelijkheden voor het perceel Havenstraat
  12. Ter zitting heeft [appellant sub 2] aangegeven hierover geen oordeel meer te vragen. In plaats daarvan heeft hij ter zitting gronden aangevoerd ten aanzien van de bouwmogelijkheden voor zijn eigen perceel, [locatie]. Deze gronden richten zich op een ander plandeel en zijn niet eerder in beroep aangevoerd. Deze blijven om die reden wegens strijd met een goede procesorde buiten bespreking. Nu [appellant sub 2] voor de bouwmogelijkheden voor het perceel Havenstraat 4 van de Afdeling geen oordeel meer vraagt, moeten de gronden die daarop zien, worden geacht te zijn ingetrokken. Het belang bij het beroep is daarmee komen te vervallen. Het beroep is om die reden niet-ontvankelijk. 2.
  13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  14. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat. w.g. Van Sloten w.g. Bechinka lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2010 371-673.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.