← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BN9516

201004864/4/R

  1. Datum uitspraak: 28 september 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: de vereniging Moai Skarsterlân, gevestigd te Joure, gemeente Skarsterlân, en anderen (hierna in enkelvoud: Moai Skarsterlân), verzoekers, en de raad van de gemeente Skarsterlân, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 24 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Hotel-Langweerder Wielen" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer Moai Skarsterlân bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 mei 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2010, heeft Moai Skarsterlân de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 september 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door G.C.J. Zaal, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  5. Het plan voorziet in een hotel met aanverwante voorzieningen aan de Langweerder Wielen ten zuiden van de Rijksweg A
  6. Verder maakt het plan een waterpartij met havenfaciliteiten mogelijk. 2.
  7. Met haar verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening beoogt Moai Skarsterlân te voorkomen dat onomkeerbare gevolgen zullen optreden als gevolg van de inwerkingtreding van het plan. In dit verband voert zij onder meer aan dat ten onrechte geen milieueffectrapportage is opgesteld en dat het plan niet voldoet aan het provinciale beleid inzake de Ecologische Hoofdstructuur. 2.
  8. Bij brief van 5 september 2010 heeft de [projectontwikkelaar] van het plangebied, aangegeven dat zij de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure zal afwachten en tot die tijd geen bouwvergunning zal aanvragen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat tot die tijd ook geen andere vergunningen voor de realisering van het plan zullen worden aangevraagd en evenmin zal worden gestart met werkzaamheden voor de realisering van het plan. Gelet hierop zijn geen onomkeerbare gevolgen als gevolg van de inwerkingtreding van het plan te verwachten. Mocht de projectontwikkelaar desondanks toch uitvoering geven aan het plan voordat de Afdeling uitspraak in de bodemprocedure heeft gedaan, dan kan Moai Skarsterlân een nieuw verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening indienen. Gelet op het voorgaande ontbreekt het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en bestaat aanleiding het verzoek hiertoe af te wijzen. 2.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  10. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat. w.g. Hoekstra w.g. Wijers voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2010 177-589.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.