← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BO0212

201006747/2/H

  1. Datum uitspraak: 6 oktober 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 juni 2010 in zaak nr. 09/405 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf.
  2. Procesverloop Bij besluit van 20 januari 2009, voorbereid met de toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, heeft het college vrijstelling verleend voor het inrichten van het gebied rond de Kontermansbrug op de percelen en met de werkzaamheden zoals aangegeven op de bij dit besluit aangehechte tekening Situatie Kontermansbrug 16.271-BE-01 en Situatie Logtenberg 16.271-BE-
  3. Bij uitspraak van 10 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2010, hoger beroep ingesteld. Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 september 2010, waar [verzoeker], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. J. van Weperen, zijn verschenen. Voorts zijn daar de Dienst Landelijk Gebied, vertegenwoordigd door ir. B.L. Schaap, en het Wetterskip Fryslân, vertegenwoordigd door K. Koops, werkzaam bij het Wetterskip, gehoord.
  4. Overwegingen 2.
  5. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  6. Het project is onderdeel van het project Landinrichting Beekdal Linde. De hoofdthema's van laatstgenoemd project zijn de realisatie van de ecologische hoofdstructuur, de verbetering van de landbouwstructuur, recreatieve voorzieningen en het uitwerken van integraal waterbeheer. Een van de maatregelen die wordt getroffen, is het herstel van de oorspronkelijke meandering van de rivier De Linde. 2.
  7. Het project is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Herziening 1995". Het college heeft daarvan met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend. 2.
  8. In hetgeen [verzoeker] naar voren heeft gebracht, is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling niet mocht worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Wetterskip Fryslân in zijn rapportage "Modelberekeningen ten behoeve van eerste module landinrichting Beekdal Linde" heeft geconcludeerd dat het project niet zal leiden tot een vergrote kans op wateroverlast ter plaatse van het perceel van [verzoeker]. Er bestaan onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het college zich niet heeft mogen baseren op de resultaten en conclusies die in voormelde rapportage zijn weergegeven. Op de door [verzoeker] aangevoerde tekortkomingen wordt naar voorlopig oordeel genoegzaam ingegaan in de brief van het Wetterskip Fryslân van 24 april 2009 die naar aanleiding van het beroepschrift van [verzoeker] is opgesteld. Gelet hierop ziet de voorzitter geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat als gevolg van het project de wateroverlast ter plaatse van het perceel van [verzoeker] zodanig zal zijn dat het college niet in redelijkheid de gevraagde vrijstelling heeft kunnen verlenen. 2.
  9. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  11. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van staat. w.g. Troostwijk w.g. Sloots voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010 499.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.