← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BO0245

200908757/1/H

  1. Datum uitspraak: 13 oktober 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 oktober 2009 in zaak nr. 08/2293 in het geding tussen: appellante en het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (hierna: het college).
  2. Procesverloop Bij besluit van 15 november 2007 heeft het college aan [vergunninghouder] lichte bouwvergunning verleend voor het verbouwen van de balustrade van het dakterras op de eerste verdieping aan de achtergevel van de woning gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 1 april 2008 heeft het het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 december
  3. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 11 januari 2010 heeft het college het door [appellante] tegen het besluit van 15 november 2007 gemaakte bezwaar alsnog gegrond verklaard, de aanvraag om een lichte bouwvergunning alsnog afgewezen en de bij het besluit van 15 november 2007 verleende vergunning ingetrokken. Het college en [appellante] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 september 2010, waar [appellante], en het college, vertegenwoordigd door mr. D. Stryczek, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. M.P.A.J. Poort, verschenen.
  4. Overwegingen 2.
  5. [appellante] kan zich verenigen met de vernietiging van het besluit van 1 april 2008, doch klaagt dat de rechtbank enkele beroepsgronden ten onrechte heeft verworpen. Nu de verleende bouwvergunning bij het besluit van 11 januari 2010 alsnog is ingetrokken, heeft zij evenwel bereikt, wat zij met het instellen van het hoger beroep zou kunnen bereiken. Gelet hierop, heeft zij in zoverre geen belang bij het door haar ingestelde hoger beroep. De door [appellante] gestelde omstandigheid dat het college bij besluit van 1 september 2010 wederom aan [vergunninghouder] bouwvergunning heeft verleend voor het verbouwen van de balustrade van het dakterras, leidt niet tot een ander oordeel. Daartoe is van belang dat het college ter zitting onweersproken heeft toegelicht dat het om een gewijzigd bouwplan gaat en ter plaatse thans een ander planologisch regime geldt. Reeds daarom is hetgeen in de uitspraak van 6 oktober 2009 door de rechtbank is overwogen niet beslissend voor een eventuele toekomstige procedure inzake de op 1 september 2010 verleende bouwvergunning. 2.
  6. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. 2.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  8. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Lodder voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2010 17-552.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.