201007128/2/R
- Datum uitspraak: 15 oktober 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
- [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],
- [verzoeker sub 2] en anderen, wonend te [woonplaats], en de raad van de gemeente Lith, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 25 mei 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Heilig Kempke, Lith" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2010, en [verzoeker sub 2] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2010, heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2010, hebben [verzoeker sub 2] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de commanditaire vennootschap Ruimte voor Ruimte C.V. een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [verzoeker sub 1] heeft nadere stukken ingediend. De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 29 september 2010, waar [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door A.A.M. Bongers, en de raad, vertegenwoordigd door R.O. van der Vorst, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting C.J.M. Swart, werkzaam bij Ruimte voor Ruimte C.V., verschenen.
- Overwegingen 2.
- Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
- Het plan voorziet in de bouw van negen woningen ten zuidoosten van de kern van Lith. 2.
- [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen hebben verzocht een voorlopige voorziening te treffen om onomkeerbare gevolgen van de uitvoering van het plan te voorkomen. 2.
- Ter zitting hebben Ruimte voor Ruimte C.V., die de projectontwikkelaar is van het plangebied, en de raad aangegeven dat zij en het college van burgemeester en wethouders geen bouwvergunning zullen aanvragen en geen werkzaamheden zullen laten verrichten in het kader van de uitvoering van het plan voordat de Afdeling uitspraak in de hoofdzaak heeft gedaan en het bestemmingsplan in rechte onaantastbaar is geworden. Voorts zal Ruimte voor Ruimte C.V. in de nog te sluiten koopovereenkomsten van de verschillende bouwkavels opnemen dat een aanvraag voor een bouwvergunning eerst na het onherroepelijk worden van het plan mag worden ingediend. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen thans geen belang hebben bij het treffen van een voorlopige voorziening. Overigens heeft de raad ter zitting toegezegd dat indien hangende de bodemprocedure desondanks onverhoopt toch een aanvraag om een bouwvergunning wordt ingediend, hij [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hiervan op de hoogte zal stellen, zodat zij in de gelegenheid zijn zo nodig een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. 2.
- Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kooijman voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2010 177-656.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.