← Nederland

ECLI:NL:RVS:2010:BO6604

201004691/1/M

  1. Datum uitspraak: 8 december 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 16 december 2008 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot zijn inrichting gelegen aan de [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 5 oktober 2009, verzonden op 8 oktober 2009, heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 16 december 2008 ingetrokken. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de rechtbank Breda ingekomen op 17 november 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 22 december
  3. De rechtbank heeft het beroepschrift en de brief van 22 december 2009 ter verdere behandeling doorgestuurd naar de Raad van State. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2010, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. O.W. Wagenaar en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. M.J.M. Morel en B. van Huijgevoort, zijn verschenen.
  4. Overwegingen 2.
  5. Op 1 juli 2009 is de wet van 25 juni 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) in werking getreden. Ingevolge artikel IV van deze wet blijft, indien een bestuurlijke sanctie wordt opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing. Dit betekent dat het nieuwe recht niet van toepassing is op het huidige geding. 2.
  6. [appellant] voert aan dat het college er in het bestreden besluit ten onrechte van is uitgegaan dat sprake is van een overtreding van de geluidgrenswaarden uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. 2.2.
  7. Het beroep richt zich tegen de geconstateerde overtreding die door het college ten grondslag is gelegd aan de bij besluit van 16 december 2008 (hierna: het primaire besluit) opgelegde last onder dwangsom. Het primaire besluit is echter bij besluit van 5 oktober 2009 ingetrokken en [appellant] bestrijdt de rechtmatigheid van deze intrekking niet. Zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit is desgevraagd alleen gelegen in de bevestiging van de juistheid van het door hem ingediende akoestische rapport. Een oordeel hierover heeft echter een declaratoir karakter, hetgeen in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op het voorgaande dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Indien [appellant] in de toekomst een last onder dwangsom wordt opgelegd, en de onderhavige geconstateerde overtreding daaraan mede ten grondslag ligt, kan [appellant] alsnog deze overtreding ten volle ter discussie stellen in een procedure tegen de opgelegde last. 2.
  8. Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  10. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat. w.g. Van Diepenbeek w.g. Fransen lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010 407.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.