(2)voor "Sport- en recreatievoorzieningen " aangewezen gronden bestemd voor sport-en recreatievoorzieningen, waarbij niet meer dan 1 functionele eenheid per bestemmingsvlak /bouwblok is toegestaan en de functie overeenkomstig het bepaalde in lid H "Staat van sport-en recreatievoorzieningen" voor het betreffende bouwblok met locatienummer dient te zijn. Ingevolge artikel 2.3, onder B, 1e lid, van de planregels geldt voor het bouwen van bouwwerken in het algemeen dat per bestemmingsvlak bebouwing ten behoeve van niet meer dan één sportvoorziening en/of recreatiebedrijf/-functie is toegestaan. In lid H van de planregels is vervolgens voor het perceel als toegelaten soort bedrijf/functie "expositieruimte" vermeld naast "groepsaccommodatie met ondersteunende horeca". De vraag naar de verhouding van lid H tot de eerdere leden A en B van artikel 2.3 en de precieze uitleg van de planregels, alsook of in de planregels voldoende is gewaarborgd, zoals door de raad is beoogd, dat met de expositieruimte geen extra bedrijf/functie aan het perceel wordt toegekend, leent zich niet goed voor beantwoording in deze procedure. Nu de zaak in de bodemprocedure ter zitting van 16 maart 2011 behandeld zal worden, ziet de voorzitter na afweging van alle betrokken belangen aanleiding om bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit, voor zover het betrekking heeft op het onderhavige perceel te schorsen. 2.
- De raad dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 16 juli 2009, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2008" voor zover het betreft het perceel Laag Werveld 9 te Beugen; II. veroordeelt de raad tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; III. gelast dat de raad aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Helvoort voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2011 361.