← Nederland

ECLI:NL:RVS:2011:BP4716

201005761/1/M

  1. Datum uitspraak: 16 februari 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Tilburg, appellant, en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college een hogere waarde als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Bosscheweg vastgesteld voor een nog te bouwen woning tussen de reeds bestaande woningen aan de Bosscheweg 181 en
  3. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juni 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 7 juli
  4. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J.A.J.M. van Houtum, en het college, vertegenwoordigd door mr. W.J. Beex, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
  5. Overwegingen 2.
  6. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.1.
  7. Bij het bestreden besluit is een hogere geluidgrenswaarde vastgesteld ten behoeve van de bouw van een woning tussen de reeds bestaande woningen aan de Bosscheweg 181 en
  8. Het bestreden besluit is een noodzakelijke voorwaarde om de voorgenomen activiteit te realiseren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 mei 2009 in zaak nr. 200805817/1/M2) zijn bij zo'n besluit rechtstreeks de belangen betrokken van iedere persoon die door de realisering van de voorgenomen activiteit rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt. 2.1.
  9. [appellant] stelt zich op het standpunt dat hij door het bestreden besluit rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt. Hij voert hiertoe aan dat hij veel geluidhinder ondervindt van de Bosscheweg. Hij vreest dat ten gevolge van het vaststellen van de hogere waarde voor de nieuw te bouwen woning aan deze weg, het college bij toekomstige besluitvorming over de wijziging van de Bosscheweg de bij het bestreden besluit gestelde hogere waarde als norm zal hanteren. 2.1.
  10. De bij het bestreden besluit vastgestelde hogere waarde is niet vastgesteld in verband met een wijziging van de Bosscheweg, maar in verband met de nieuw te bouwen woning aan deze weg. De vastgestelde hogere waarde geldt niet voor de woning van [appellant]. De geluidbelasting op zijn woning zal door de vastgestelde hogere waarde niet wijzigen. Tussen de woning van [appellant] en de nog te bouwen woning zijn zes andere woningen gelegen. Gelet hierop wordt [appellant] door het vaststellen van de hogere waarde niet rechtstreeks in zijn belangen geraakt. Derhalve is [appellant] geen belanghebbende bij het bestreden besluit. Het beroep van [appellant] is daarom niet-ontvankelijk. 2.
  11. Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  13. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. H.G. Sevenster, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat. w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011 190-578.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.