(2005)1329, fin). De Europese Commissie concludeerde in deze beschikking dat de maatregelen "risicovereveningssysteem" en "behoud reserves" met respectievelijk artikel 86, tweede lid, van het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 106, tweede lid, van het VWEU en artikel 87, derde lid, aanhef en onder c, van het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 107, derde lid, aanhef en onder c van het VWEU, verenigbaar zijn. De beschikking is onherroepelijk geworden nu het daartegen ingestelde beroep onherroepelijk is geworden. De Afdeling zal deze beschikking in haar oordeel betrekken. 2.8.
- De tijdelijke ex post correctiemechanismen zijn bij de invoering van de Zvw in het leven geroepen teneinde de uitkomsten van de ex ante in te schatten verwachte kosten, die als gevolg van de veranderingen in de kostencalculatie ten tijde van de invoering van de Zvw onzeker waren, te mitigeren. De Europese Commissie heeft in haar beschikking betreffende de Zvw van 3 mei 2005 overwogen dat "[…] voor dit systeem kenmerkend is dat niet de verschillen in kosten van de individuele verzekeraars worden gecompenseerd, maar dat de risico's van de verzekerden op basis van kenmerken die met de gezondheidstoestand van de verzekerde samenhangen, voor de compensatie bepalend zijn. De vereveningsbijdrage wordt gebaseerd op het risicoprofiel van de zorgverzekeraar. Omdat de vereveningsbijdrage nauw verbonden is met de gezondheidsrisico's, zijn deze risico's alléén bepalend als de vereveningsbijdrage wordt vastgesteld. Hierdoor wordt het doel van het risicovereveningssysteem duidelijk: het systeem probeert van te voren (ex ante) de verwachte kosten van de prestaties per individu in te schatten. Naderhand wordt een beperkte correctie doorgevoerd op basis van de echte kosten, echter deze mechanismen hebben slechts een tijdelijk karakter" (p. 30). 2.8.
- Uit de beschikking valt niet af te leiden dat de Europese Commissie heeft beoogd slechts goedkeuring te verlenen aan de regeling, voor zover de werkelijke schadelast van de verzekeraars volledig wordt gecompenseerd. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor 2006, nu daarbij niet de daadwerkelijke schadelast van Agis voor dat jaar wordt gecompenseerd, in strijd is met staatssteunregels van de Europese Unie. Het betoog faalt derhalve. 2.
- Het beroep is ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. K.J.M. Mortelmans en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van staat. w.g. Polak w.g. Wieland voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011 502.