(1992)), het recht op toegang tot de rechter geen zelfstandige rechtsingang voor een minderjarige vereist. Voldoende is dat de wettelijke vertegenwoordiger van het kind de mogelijkheid heeft dit voor hem te doen. Dat een civiele procedure langer duurt en meer kosten met zich brengt, vormt, naar de rechtbank eveneens met juistheid heeft overwogen, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, evenmin grond voor het oordeel dat sprake is van strijd met artikel 6 van het EVRM. Op het betoog terzake van artikel 13 van het EVRM behoeft, na deze overwegingen ten aanzien van artikel 6, niet te worden ingegaan. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, voorzitter, en mr. P.J.J. van Buuren en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van staat. w.g. Van Dijk w.g. Wieland voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011 502.