← Nederland

ECLI:NL:RVS:2011:BP7756

201012076/2/R

  1. Datum uitspraak: 9 maart 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: Boten- en Visvereniging Noord West 9, gevestigd te Petten, gemeente Zijpe, verzoekster, en de raad van de gemeente Zijpe, verweerder.
  2. Procesverloop Bij besluit van 28 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Petten - 't Zand - Callantsoog - Groote Keeten" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer de Vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2010, heeft de Vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 februari 2011, waar de Vereniging, vertegenwoordigd door [bestuurders], en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J.M. de Ruyter, advocaat te Alkmaar, zijn verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
  5. Het verzoek van de Vereniging heeft betrekking op de gronden nabij Strandweg 1 te Petten, waaraan de bestemming "Natuur - Duin" is toegekend. De Vereniging verzoekt de voorzitter een voorlopige voorziening te treffen omdat deze bestemming niet voorziet in hun tractoronderkomen dat op deze gronden aanwezig is. 2.
  6. Tussen partijen is niet in geschil dat het voorgaande bestemmingsplan het tractoronderkomen niet toestond. De Vereniging is dan ook niet gebaat bij schorsing van het bestreden besluit, aangezien daarmee niet kan worden bereikt dat wordt voorzien in een planologische mogelijkheid voor het tractoronderkomen. Een voorlopige voorziening die in het door haar gewenste tractoronderkomen zou voorzien, acht de voorzitter te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, doorgaans niet zal strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een bestemming dan wel een planregel. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken. Overigens heeft de vertegenwoordiger van de raad ter zitting de verwachting uitgesproken dat het college vanwege de voorgeschiedenis ten aanzien van het tractoronderkomen niet op korte termijn handhavend zal optreden. 2.
  7. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  9. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat. w.g. Parkins-de Vin w.g. Wijers voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2011 444.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.