201100041/2/R
- Datum uitspraak: 21 april 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en de raad van de gemeente Vlist, verweerder.
- Procesverloop Bij besluit van 26 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2010" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 januari 2011, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 januari 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 april 2011, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. J. Wildschut en P.J.W. Smit, beiden werkzaam bij milieutechnisch en juridisch adviesbureau Adromi B.V., en de raad, vertegenwoordigd door mr. S.W. Boot, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.
- Overwegingen 2.
- Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.
- Het bestemmingsplan vormt een actualisering van onder meer drie bestemmingsplannen die zien op het buitengebied van Vlist. In het bestemmingsplan is aan een groot deel van de gronden de bestemming "Agrarisch met waarden (AW)" toegekend. 2.
- [verzoeker] beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan te voorkomen. Hij vreest dat op de percelen naast zijn woning een fietspad wordt aangelegd. Hij voert aan dat het bestemmingsplan ten onrechte in deze mogelijkheid voorziet. 2.3.
- De raad stelt zich op het standpunt dat de bestemming "Agrarisch met waarden (AW)" de aanleg van fietspaden niet mogelijk maakt. Daarvoor is volgens de raad een separate besluit- en/of planvorming nodig. Onder verwijzing naar een brief van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 8 april 2011, die opdrachtgever is van het provinciaal fietspadenplan, is voorts toegezegd dat geen fietspaden op de desbetreffende gronden worden aangelegd. 2.3.
- Ingevolge artikel 3.1.1, onder g, van de planregels zijn de voor de bestemming "Agrarisch met waarden (AW)" aangewezen gronden bestemd voor extensief recreatief medegebruik. Ingevolge artikel 1 wordt onder "extensieve recreatie" verstaan vormen van recreatief (mede)gebruik in een gebied, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, fietsen, paardrijden en vissen. 2.3.
- Ter zitting is gebleken dat de desbetreffende gronden naast het perceel van [verzoeker] in eigendom zijn van derden. In zoverre komt aan de toezegging geen betekenis toe. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter brengt een redelijke uitleg van artikel 3.1.1, onder g, gelezen in samenhang met artikel 1, van de planregels, met zich dat de aanleg van fietspaden niet is toegestaan ter plaatse van de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden (AW)", omdat daarmee specifiek beslag wordt gelegd op de ruimte. Gelet hierop bestaat er geen grond om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Soede voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2011 270-668.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.