← Nederland

ECLI:NL:RVS:2011:BQ2694

201007128/1/R3 en 201008114/1/R

  1. Datum uitspraak: 27 april 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen:
  2. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],
  3. [appellant sub 2] en anderen, wonend te [woonplaats], en de raad van de gemeente Lith, thans gemeente Oss, verweerder.
  4. Procesverloop Bij besluiten van 25 mei 2010 heeft de raad de bestemmingsplannen "Heilig Kempke, Lith" en "Bieb-kavels, Lith-Oost" vastgesteld. Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1] bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2010 onderscheidenlijk 19 augustus 2010, en [appellant sub 2] en anderen bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2010 onderscheidenlijk 20 augustus 2010, beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de commanditaire vennootschap Ruimte voor Ruimte II C.V. een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De zaken zijn door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaken ter zitting gevoegd behandeld op 6 april 2011, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 2A], en de raad, vertegenwoordigd door R.O. van der Vorst en A. Zaadnoordijk, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting C.J.M. Swart, werkzaam bij Ruimte voor Ruimte II C.V., verschenen.
  5. Overwegingen 2.
  6. Ter zitting is komen vast te staan dat [appellant sub 2] en anderen allen wonen aan of nabij de Valkseweg die zal gaan fungeren als ontsluitingsweg van de plangebieden. Gelet hierop zijn zij, anders dan de raad heeft betoogd, allen belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.
  7. Het bestemmingsplan "Heilig Kempke, Lith" voorziet in de bouw van negen woningen ten zuidoosten van de kern Lith. Het bestemmingsplan "Bieb-kavels, Lith-Oost" voorziet in de ontwikkeling van vijftien zogeheten "Bouwen in Eigen Beheer"-kavels (hierna: BIEB-kavels) aan de oostelijke kant van Lith en grenst aan het bestemmingsplan "Heilig Kempke, Lith". 2.
  8. [appellant sub 1] betoogt dat de raad er ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat er geen behoefte is aan de in het plan voorziende woningen. Op termijn zal de bevolking krimpen. Bovendien bestonden er alternatieve locaties, waaronder inbreidingslocaties. Door daarvan geen gebruik te maken is het plan in strijd met het provinciaal beleid. Ook is de keuze voor deze locatie strijdig met het advies van de werkgroep "Stuwend Lith" om aan de westkant van Lith uit te breiden en heeft bij de keuze voor de onderhavige locatie ten onrechte meegespeeld dat daar al gronden in gemeente-eigendom waren, aldus [appellant sub 1]. 2.3.
  9. Blijkens de op 14 december 2006 door de raad vastgestelde "Woonvisie Lith" (hierna: de Woonvisie) is er in de kern Lith tot 2016 voor de eigen bewoners behoefte aan 230 woningen. In de "Ontwikkelingsvisie, gemeente Lith, Structuurvisie tussengebied Lith-Lithoijen" (hierna: de Structuursvisie), vastgesteld door de raad op 11 oktober 2007, staat dat een grove doorvertaling is gemaakt voor de periode tot 2020 en is geraamd dat tot 2020 behoefte is aan 280 extra woningen, waarvan er 80 in Lith-Oost zijn gepland. De overige 200 woningen dienen op inbreidingslocaties en in vrijkomende gebouwen te worden gerealiseerd. Niet aannemelijk is gemaakt dat de in de Woonvisie en Structuurvisie gehanteerde cijfers onjuist zijn. Gegeven de verder nog benodigde locaties voor de 200 woningen is niet aannemelijk gemaakt dat er nog inbreidingslocaties voorhanden waren die nog konden worden benut. De Afdeling overweegt verder dat de raad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. In dit verband is van belang dat de keuze van de woningbouwlocatie is gebaseerd op de Structuurvisie, waarin een onderbouwing is gegeven voor de woningbouwlocaties in de gemeente Lith. In de eveneens op 11 oktober 2007 vastgestelde "Ontwikkelingsvisie gemeente Lith, Dorpsontwikkelingsplan kern Lith" zijn de verschillende door de bewoners geuite wensbeelden afgewogen. Deze afweging is niet onredelijk. Voorts ziet de Afdeling niet in dat de raad bij de keuze voor de ontwikkeling van een woningbouwlocatie niet mag laten meewegen dat er al gronden in eigendom zijn bij de gemeente. Het betoog faalt. 2.
  10. [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] voeren aan dat de aansluiting van het plangebied op de Valkseweg leidt tot onaanvaardbare verkeersstromen, waarbij de veiligheid van de voetgangers en fietsers niet kan worden gewaarborgd. In dit verband voeren zij aan dat de Valkseweg - waar geen apart fietspad langs ligt - te smal is om te dienen als verkeersweg en de Molenakkerstraat met een directe verbinding naar de N265 een betere ontsluitingsweg is voor het plangebied. In dit verband voeren zij aan dat de berekening van verkeersstromen in het verkeersonderzoek zoals opgenomen in de bijlage bij het plan onzorgvuldig tot stand is gekomen nu de verkeerstelling in april 2009 niet representatief was wegens de paasvakantie en de verkeerstelling van juni 2010 niet representatief was omdat het voetbalseizoen en de schoolexamens waren afgelopen. Verder vrezen zij dat de Valkseweg als bouwstraat gaat worden gebruikt. 2.4.
  11. Bij de keuze voor de ontsluiting van de plangebieden heeft de raad onder meer aansluiting gezocht bij het verkeersadvies van Advin B.V. van 7 mei
  12. Dit advies heeft betrekking op de integrale ontwikkeling van Lith-Oost waar de bestemmingsplannen deel van uitmaken. Uit dit advies komt naar voren dat de verkeersintensiteit op de Valkseweg na realisatie van de nieuwe woonwijk van 110 woningen, gezamenlijk met de realisatie van de brede school, met ongeveer 475 autobewegingen per etmaal toeneemt boven de 286 in de huidige situatie, terwijl een wenselijke intensiteit van minder dan 3.000 autobewegingen per etmaal voor een dergelijke weg binnen de bebouwde kom geldt. Wel wordt in dit advies een aantal aanvullende maatregelen voorgesteld, waaronder een knip ter hoogte van de brede school om doorgaand autoverkeer tegen te gaan en een dubbele ingang voor die brede school tot stand te brengen waardoor die school zowel aan de noord- als de zuidzijde van die knip wordt ontsloten. Verder wordt een aantal snelheidsbeperkende maatregelen aanbevolen. Niet aannemelijk is gemaakt dat evenbedoeld verkeersadvies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het betoog dat slechts is geteld in een schoolvakantie mist blijkens de in het advies vermelde telperiode feitelijke grondslag. De verkeerstelling van juni 2010 is niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd, zodat aan het daaromtrent gestelde voorbij moet worden gegaan. Nu niet is betwist dat de beschreven verkeersmaatregelen in het advies van Advin B.V. zullen worden uitgevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad de gekozen wijze van ontsluiting ten onrechte voldoende veilig heeft geacht. Evenmin is, gelet op de aan de raad toekomende beleidsvrijheid, de keuze van de raad om de nieuwe woonwijk conform het verkeersadvies gesplitst te ontsluiten in noordelijke en zuidelijke richting en zo de verkeersstromen te verdelen onredelijk te achten. Wat betreft het betoog dat het bouwverkeer ten behoeve van de verwezenlijking van de in de plannen voorziene woningen gebruik zal moeten maken van de Valkseweg overweegt de Afdeling dat behoudens uitzonderlijke gevallen de wijze waarop de plannen zullen worden uitgevoerd niet aan de orde kan komen. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is, gegeven de verschillende mogelijkheden om een tijdelijke bouwweg aan te leggen, geen sprake. Het betoog faalt. 2.
  13. Gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening komt de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd met het recht. In hetgeen [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzingen strekken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Zij neemt daarbij in aanmerking dat andere ontwikkelingen eerst in een later stadium zullen plaatsvinden en niet aannemelijk is gemaakt dat geen goed planologisch afwegingskader zal ontstaan. Voor zover [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] nog betogen dat hen was toegezegd dat een totaalplan zou worden ontwikkeld waarin alle toekomstige ontwikkelingen tegelijk zijn meegenomen, hebben zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat bevoegdelijk door of namens de raad de verwachting is gewekt dat de plannen niet dan in een veel breder perspectief zouden worden vastgesteld. Het betoog faalt. 2.
  14. Voor zover [appellant sub 1] voor het overige nog heeft verwezen naar de inhoud van de zienswijzen is van belang dat in de overwegingen van de bestreden besluiten is ingegaan op deze zienswijzen. [appellant sub 1] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijzen in de bestreden besluiten in zoverre onjuist zou zijn. Ook dit betoog faalt derhalve. 2.
  15. In hetgeen [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de plannen strekken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat de bestreden besluiten anderszins zijn voorbereid of genomen in strijd met het recht. De beroepen zijn ongegrond. 2.
  16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  17. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. Th. C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat. w.g. Van Sloten w.g. Matulewicz lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 27 april 2011 45-682.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.